Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6177

Rechtbank 's-Gravenhage · 31-05-2001 · zaaknummer AWB 01/21292

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / staandehouding / redelijk vermoeden illegaal verblijf. De vreemdeling is staandegehouden tijdens een verkeerscontrole in het kader van de Wegenverkeerswet. De bestuurder van de auto (niet zijnde de vreemdeling) werd staandegehouden en bleek niet aan te kunnen tonen dat het voertuig verzekerd was. Hierop werd de bestuurder verhoord en gevorderd zich te legitimeren, waaraan hij heeft voldaan. De bestuurder bleek in het bezit te zijn van een geldig document voor verblijf in Nederland. Desgevraagd heeft de bestuurder verklaard dat de inzittenden van de auto eveneens uit Turkije afkomstig waren, waarop de verbalisant de inzittenden vorderde hun identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie aan te tonen. De vreemdeling kon aan deze vordering niet voldoen, en hij is staandegehouden op grond van artikel 50, eerste lid, Vw 2000. De rechtbank overweegt dat de ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen op eigen initiatief onderzoek mag verrichten waarvan het resultaat aanleiding kan geven tot het gebruik van de bij of krachtens het bepaalde in de Vw 2000 aan hem toegekende bevoegdheden. Bij dit onderzoek is te denken aan het verzamelen van informatie door bijvoorbeeld het stellen van vragen. Kenmerkend voor deze fase van onderzoek is dat het de toezichthouder ontbreekt aan een middel om zijn optreden kracht bij te zetten. Hij is afhankelijk van de vrijwillige medewerking van de burger bij wie wordt geïnformeerd. Naar het oordeel van de rechtbank is het derhalve rechtens van belang dat de toezichthouder in deze voorfase de persoon tot wie de vraag zich richt niet suggereert dat medewerking verplicht is, als de toezichthouder dan althans niet over tot medewerking verplichtende bevoegdheden beschikt. Van het bestaan van dergelijke bevoegdheden is in de situatie als hier in geding niet gebleken. De rechtbank overweegt dat de verbalisant door in de onderhavige zaak te vorderen ten onrechte heeft gesuggereerd dat de passagiers tot medewerking waren verplicht, waardoor de basis aan de vrijwillige medewerking is komen te vervallen. Het bij hem gerezen vermoeden van illegaal verblijf als bedoeld in artikel 50, eerste lid, Vw 2000 berust derhalve op het resultaat van onderzoek dat de rechterlijke toetsing niet kan doorstaan. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

  • I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
  • N.N. Tahir
  • P.H. Visser

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.