Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6172

Rechtbank 's-Gravenhage · 02-08-2001 · zaaknummer AWB 01/30221

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Opvang / bevoegdheid vreemdelingenrechter. Bij besluit van 17 mei 2001 is de aan verzoeker, een Somaliër, verleende Rva-verstrekkingen beëindigd. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. In artikel 3a Wet COA (inwerkingtreding 1 april 2001) is bepaald dat de afdelingen 1, 3 en 4 van hoofdstuk 7 Vw 2000 van toepassing zijn op besluiten in het kader van het onthouden of beëindigen van verstrekkingen bij of krachtens de Wet COA. De tekst van artikel 3a Wet COA is duidelijk, en behoeft geen uitleg. Artikel 1 van hoofdstuk 11 van de Invoeringswet Vw 2000 is niet van toepassing. Daarom is ingevolge artikel 71 Vw 2000 de rechtbank Den Haag bij uitsluiting bevoegd te oordelen op beroepen ingesteld tegen besluiten als vorenbedoeld, genomen per 1 april 2001. De president is derhalve bevoegd voor het onderhavige verzoek. Ingevolge artikel 80 Vw 2000 is artikel 7:1 Awb in casu niet van toepassing. Ingevolge artikel 69 juncto artikel 71 Vw 2000 had tegen het besluit van 17 mei 2001 binnen vier weken rechtstreeks beroep moeten worden ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft op 20 juni 2001 een bezwaarschrift ingediend. Dit bezwaarschrift bevindt zich bij de door de griffier van verweerder ontvangen stukken. De president merkt dit geschrift aan als beroepschrift tegen het besluit van 17 mei 2001. Artikel 3:45, tweede lid, Awb is onjuist toegepast. Daarom blijft niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding achterwege. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt aangemerkt als gedaan hangende beroep. Gelet op de jurisprudentiële stand van zaken wordt uitgegaan van verbindendheid van de Rva 1997. In geschil is of aan het meewerkcriterium is voldaan. Verzoeker heeft vóór het bestreden besluit in een gesprek met verweerder aangegeven dat hij wel wil terugkeren. Verweerder heeft in dat besluit daaraan geen inhoudelijke overweging gewijd. Verweerder had dit uit een oogpunt van zorgvuldigheid niet mogen nalaten, gelet op artikel 3:2 Awb en zijn eigen verantwoordelijkheid. Voorts heeft verweerder zich onvoldoende rekeningschap gegeven van het in het bestuursrecht gebruikelijke uitgangspunt dat het bestuursorgaan bij het nemen van een besluit uitgaat van de feiten en omstandigheden zoals deze zich op dat moment voordoen. Toewijzing verzoek.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.