Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6154

Rechtbank 's-Gravenhage · 21-06-2001 · zaaknummer AWB 01/22777

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / kennisgeving. Namens de vreemdeling, een Turk, is aangevoerd dat verweerder uiterlijk op 24 mei 2001 een kennisgeving ex artikel 96 had moeten doen uitgaan. Nu verweerder niet heeft gehandeld conform het bepaalde in artikel 96, eerste lid, Vw 2000 verzoekt de gemachtigde van de vreemdeling om toekenning van schadevergoeding met ingang van 25 mei 2001. Verweerder heeft aangevoerd dat vrijdag 25 mei 2001 een landelijk brugdag was en derhalve niet meegeteld dient te worden. De uiterlijke termijn liep derhalve af op maandag 28 mei 2001. Gelet op het feit dat de vreemdeling op 29 mei 2001 zou worden uitgezet heeft verweerder bewust er voor gekozen om geen kennisgeving te doen uitgaan. Verweerder meent dat de vreemdeling niet in zijn belangen is geschaad. De rechtbank overweegt het volgende. Ingevolge artikel 1 van de Algemene Termijnenwet wordt een in een wet gestelde termijn die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Aangezien donderdag 24 mei 2001 Hemelvaartsdag was, diende verweerder de kennisgeving ex artikel 96, Vw 2000 uiterlijk vrijdag 25 mei 2001 te doen uitgaan. Het feit dat 25 mei 2001 een landelijk ingestelde brugdag betrof doet naar het oordeel van de rechtbank hieraan niet af. Een brugdag is immers niet gelijk te stellen met een algemeen erkende feestdag en zou onvoldoende kenbaar zijn als de conclusie andersluidend zou zijn. Nu van de zijde van verweerder niet de stelling is ingenomen dat de uitzetting op een oorspronkelijk eerder moment was voorzien maar de eerdere uitzetting niet door is gegaan door een daaraan grondslag liggende gedrag van betrokkene, ziet de rechtbank geen reden tot matiging van de schadevergoeding. De stelling van verweerder dat geen grondslag is voor toekenning van schadevergoeding omdat voor 31 mei 2001 geen beroepschrift voorhanden was maar slechts een kennisgevingsplicht, wordt door de rechtbank nadrukkelijk verworpen onder verwijzing naar hetgeen is bepaald in artikel 96, lid 1, tweede volzin, Vw 2000. Beroep gegrond, toewijzing verzoek om schadevergoeding.

Rechters

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.