ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6126
Rechtbank 's-Gravenhage · 02-07-2001 · zaaknummer AWB 01/24359, 01/26831
Inhoudsindicatie
Bewaring / belangenafweging. De vreemdeling, van Oekraïnse nationaliteit, heeft bij het AC Zevenaar een aanvraag ingediend om toelating als vluchteling. Op diezelfde datum is een aanwijzing gegeven ingevolge artikel 55 Vw 2000. Niet ter discussie staat dat artikel 55 Vw 2000 geen wettelijke basis voor vrijheidsontneming vormt, maar wel voor een vrijheidsbeperkende maatregel, in die zin dat aanwijzingen kunnen worden gegeven dat een vreemdeling zich beschikbaar moet houden in verband met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag om een verblijfsvergunning. Vraag is of de concrete situatie voor de vreemdeling op het AC Zevenaar vrijheidsontneming inhield. Van belang is dat het AC-onderzoek - waaraan de vrijheidsbeperking is gekoppeld - plaatsvindt ten behoeve van (de asielaanvraag van) de vreemdeling. De rechtbank overweegt dat de vreemdeling enkel verplicht wordt in een bepaalde ruimte te verblijven indien dit in verband met onderzoeksdoeleinden noodzakelijk is (vergelijk hoofdstuk A5/3.1.1 Vc 2000). In de Vc staat tevens vermeld dat gedurende de tijd dat de vreemdeling zich niet beschikbaar hoeft te houden voor het onderzoek, hij zich buiten de aangewezen plaats kan begeven. Verder maakt naar het oordeel van de rechtbank het feit dat vreemdelingen die tijdens een AC-procedure hun aanvraag om verlening van een vtv intrekken aansluitend in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld, de vrijheidsbeperking in een AC niet onrechtmatig. De vreemdelingenbewaring berust immers op een wettelijke grondslag die met voldoende waarborgen is omkleed. Overigens is niet in geschil dat slechts een kleine minderheid van de vreemdelingen die in een AC hun aanvraag om verlening van een vtv intrekt, in bewaring wordt gesteld. De grond voor de inbewaringstelling is in casu gelegen in artikel 59, tweede lid, Vw 2000, dat verweerder naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid heeft kunnen toepassen. Gesteld kan worden dat de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden binnen korte tijd na de inbewaringstelling voor handen zouden zijn, zodat verweerder mocht aannemen dat het belang van de openbare orde geacht werd de bewaring van de vreemdeling te vorderen. Uit het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 15 juni 2001 volgt dat verweerder een belangenafweging heeft gemaakt. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- C.M.E. Bakker
- N.I. de Jong
- P.H. Hillen
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
