ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5822
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-06-2001 · zaaknummer AWB 00/1302
Inhoudsindicatie
SAMENVATTING Vtv partner / Ahmadi-huwelijk / legalisatie en verificatie. Eiser is volgens de Ahmadi-traditie gehuwd met referente die in het bezit is van een afgeleide vluchtelingenstatus. Verweerder stelt dat eiser niet in aanmerking komt voor toelating voor verblijf hier te lande, omdat geen gelegaliseerde huwelijksakte is overgelegd en omdat niet wordt voldaan aan het middelenvereiste zoals gesteld in hoofdstuk B1/1 Vc-1994. Onder verwijzing naar uitspraak AWB 99/5063 van 30 oktober 2000 is de rechtbank van oordeel dat, nog daargelaten of de Pakistaanse overheid bereid is een officiële ongehuwdverklaring te verstrekken aan mensen die volgens de Ahmadi-traditie zijn gehuwd, een dergelijke aanvraag tot allerlei complicaties aanleiding geeft, dan wel kan geven. Wie volgens de Ahmadi-traditie is gehuwd wordt in diverse officiële documenten, zoals bijvoorbeeld het paspoort, als gehuwd aangemerkt. Het onverkort vasthouden aan het vereiste van een gelegaliseerde huwelijksakte dan wel een verklaring van ongehuwd zijn leidt dan ook in het geval van een Ahmadi-huwelijk tot gevolgen die voor de belanghebbende onevenredig zijn in verhouding tot het met de beleidsregel te dienen doel. Verweerder dient derhalve op dit punt gebruik te maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 4:84 Awb. Dit klemt te meer nu het beleid inderdaad is gewijzigd naar aanleiding van de kamervragen die op 4 januari 2000 zijn gesteld. Het bestreden besluit is op dit punt genomen in strijd met artikel 7:12 Awb dat vereist dat het besluit op bezwaar op een deugdelijke motivering berust. Het enkele gegeven dat referente is toegelaten als gezinslid van een toegelaten vluchteling sluit niet uit dat zij zelf in een vluchtsituatie verkeert en dat er derhalve sprake is van een objectieve belemmering om het gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen. Beroep gegrond. Verweerder zal zich alsnog moeten uitlaten over de vraag of ten aanzien van referente persoonlijk al dan niet sprake is van een objectieve belemmering. Het bestreden besluit is op dit punt genomen in strijd met artikel 3:2 Awb dat vereist dat een besluit met de nodige zorgvuldigheid wordt voorbereid, en met artikel 7:12 Awb dat een deugdelijke motivering vereist. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- C. Maarschalkerweerd
- F.H. Bruggink
- I. PROCESVERLOOP
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
