ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5778
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-10-2001 · zaaknummer AWB 01/49037 VRONTN A R03 G03 S4
Inhoudsindicatie
Bewaring / staandehouding. Gebleken is dat het tijdsverloop tussen het einde van de strafrechtelijke detentie en de inbewaringstelling is aangewend voor het vervoer van de vreemdeling van de penitentiaire inrichting naar het politiebureau, waarvoor artikel 50, derde lid, Vw 2000 de grondslag geeft. Blijkens de wetsgeschiedenis strekt het derde lid van artikel 50, Vw 2000 onder meer tot het scheppen van een bevoegdheid tot overbrenging van personen van wie zowel de identiteit als het niet-rechtmatig verblijf in Nederland onmiddellijk kunnen worden vastgesteld. In dat geval valt niet in te zien welk redelijk doel gediend zou kunnen worden met een daaraan voorafgaande staandehouding, nu die juist dient ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. Voorts acht de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat, ondanks het ontbreken van een proces-verbaal daaromtrent, van voornoemde bevoegdheid tot overbrenging op een juiste wijze gebruik is gemaakt door een daartoe bevoegde ambtenaar. Aan de vreemdeling is namelijk door de vreemdelingendienst schriftelijk medegedeeld dat hij na afloop van zijn detentie ingevolge artikel 50, derde lid, Vw 2000 zal worden overgebracht naar een plaats van verhoor, terwijl door de korpschef een transportorder voor dit vervoer was afgegeven. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- F. Egbers
- R. Bosma
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
