ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5763
Rechtbank 's-Gravenhage · 20-09-2001 · zaaknummer AWB 00/62660, 00/1224, 99/3318
Inhoudsindicatie
Irak / Koerd / IMIK / PUK-gebied. De rechtbank gaat uit van de geloofwaardigheid van het relaas van eiser en acht dit relaas tevens voldoende zwaarwegend. Vervolgens is de vraag aan de orde of de PUK eiser voldoende bescherming kan en wil bieden tegen vervolgingsdaden door de IMIK. Er is geen aanleiding om anders dan in literatuur en in vaste jurisprudentie wordt aangenomen, bij de beoordeling van de gegrondheid van gestelde vrees voor vervolging, c.q. een onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM, die uitgaat van andere dan de (de facto) overheid ter plaatse, niet tot uitgangspunt te nemen dat sprake moet zijn van een effectieve en duurzame bescherming tegen de te vrezen gewelddadigheden. Of er sprake is van voldoende effectieve en duurzame bescherming dient in een individuele zaak steeds aan de hand van de daartoe relevante feiten en omstandigheden te worden beoordeeld. De aanwezigheid van een rechtsorde, die gehandhaafd wordt, kan daarbij als een van de relevante omstandigheden, zij het naast andere feiten en omstandigheden, in de beoordeling worden betrokken. Er moet van worden uitgegaan dat er in Noord-Irak een zekere rechtsorde bestaat, die de de facto overheden ook wensen te handhaven. In beginsel willen zij en in vele gevallen kunnen zij ook bescherming bieden tegen vervolgingsdaden door derden, ook de IMIK. De rechtbank acht het gelet op de vaststellingen in uitspraak AWB 00/639, 00/1905 van de rechtbank Haarlem van 6 november 2000 en de ambtsberichten echter niet uitgesloten dat, als de IMIK daadwerkelijk zijn - negatieve - aandacht op een persoon heeft gericht, zij die persoon in heel Noord-Irak zal kunnen vinden en vervolgen. Uit die bronnen moet voorts worden afgeleid dat de PUK dan wel de KDP niet in alle gevallen in staat dan wel bereid zijn bescherming te bieden. De rechtbank is er in het onderhavige geval vooralsnog niet van overtuigd dat eiser daadwerkelijk de bescherming kan inroepen van de PUK. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- G.M.H. Hoogvliet
- H. van Alkemade
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
