ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5591
Rechtbank 's-Gravenhage · 04-05-2001 · zaaknummer AWB 00/3203
Inhoudsindicatie
SAMENVATTING Vvtv / derdelandenexceptie. Het relaas van eiser, een Sudanees, is onaannemelijk. Er is dus geen sprake van vluchtelingenschap. Verweerder heeft een vvtv onthouden op basis van TBV 1998/30 en TBV 2000/16. De president overweegt echter dat de Vw 2000 per 1 april 2001 in werking is getreden. In artikel 31, eerste lid, Vw 2000 is neergelegd dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 wordt afgewezen indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen. In het tweede lid, aanhef en onder j is bepaald dat bij het onderzoek naar de aanvraag mede wordt betrokken de omstandigheid dat de vreemdeling elders een verblijfsalternatief heeft omdat hij voorafgaand aan zijn komst naar Nederland heeft verbleven in een ander land dan het land van herkomst. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld met betrekking tot het tweede lid, onder j (en k). Niet is gebleken dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere invulling aan dit wetsartikel is gegeven. Bij uitleg van dit artikel onderdeel komt aan verweerder geen beoordelingsvrijheid toe. Het gaat derhalve om een, uiteindelijk aan de rechter voorbehouden, uitleg van een wettelijk begrip. Het komt de rechter mitsdien toe de toepassing van deze bepaling aan een volledige toetsing te onderwerpen. De uitleg die verweerder geeft aan artikel 31, tweede lid, onder j, Vw 2000 is neergelegd in Vc 2000 C1/12. Naar het voorlopig oordeel van de president kan de toepassing van deze bepaling in de omstandigheden van het onderhavige geval niet onjuist worden geacht. Afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- L.J. Blijdorp
- P.M. Kruijdenberg
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
