ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5584
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-10-2001 · zaaknummer AWB 00/4621
Inhoudsindicatie
Somalië / verblijfsalternatief. Artikel 31, tweede lid, aanhef en onder j, Vw 2000 bepaalt nog dat bij het onderzoek naar de aanvraag mede wordt betrokken de omstandigheid dat de vreemdeling elders een verblijfsalternatief heeft omdat hij voorafgaand aan zijn komst naar Nederland heeft verbleven in een ander land dan het land van herkomst. In artikel 31, derde lid, Vw 2000 is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld met betrekking tot het tweede lid, onder j (en k). Niet is gebleken dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere invulling aan dit wetsartikel is gegeven. Bij uitleg van dit artikelonderdeel komt aan verweerder dan ook geen beoordelingsvrijheid toe. Het gaat derhalve om een, uiteindelijk aan de rechter voorbehouden, uitleg van een wettelijke bepaling. Bij deze uitleg sluit de rechter aan bij de wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat het de bedoeling van de wetgever is geweest de contra-indicatie van toepassing te laten zijn op een bepaalde groep vreemdelingen die verbleven hebben in een derde land indien voldoende aannemelijk is geworden, bijvoorbeeld na raadpleging van algemene landeninformatie, dat deze groep vreemdelingen aldaar zonder humanitair onverantwoorde risico's kunnen verblijven en ook overigens geen sprake is van het op grote schaal terugsturen van leden van deze groep naar hun land van herkomst. Ook moet op basis van de informatie die een individuele asielzoeker geeft over zijn verblijf in een derde land, de contra-indicatie worden toegepast. Uit het algemene amtsbericht van juni 2001 volgt dat de buurlanden van Somalië aandringen op repatriëring van de Somaliërs en sluiting van de (UNHCR-)kampen. De UNHCR classificeert deze landen niet zonder meer als veilige derde landen waarheen afgewezen asielzoekers zouden kunnen terugkeren, daar deze landen zelf te maken hebben met veiligheidsproblemen en economische moeilijkheden, mede als gevolg van de grote aantallen vluchtelingen. Voorts blijkt uit voornoemd ambtsbericht dat zich in en rondom de kampen veiligheidsproblemen voordoen, vooral voor de vrouwen (banditisme, verkrachtingen). Gelet op het bovenstaande is de president van oordeel dat uit de algemene landeninformatie niet zonder meer blijkt dat afgewezen Somalische asielzoekers zonder humanitair onverantwoorde risico's in Ethiopië kunnen verblijven, met name wanneer zij vrouw zijn. Ook uit het individuele relaas van verzoekster blijkt niet dat het voor haar wel mogelijk is bijvoorbeeld door de aanwezigheid van familie in Ethiopië of het voor haar persoonlijk voorhanden zijn van woonruimte zonder humanitair onverantwoorde risico's in Ethiopië te verblijven. Toewijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- R.I.R. Denz
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
