ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5492
Rechtbank 's-Gravenhage · 26-04-2001 · zaaknummer AWB 01/11774
Inhoudsindicatie
SAMENVATTING Dublin / dactyloscopisch onderzoek. Verzoeker heeft gesteld dat hij afkomstig is uit Burundi en dat hij tot de Hutu-bevolkingsgroep behoort. De president maakt uit de stukken op dat op grond van dactyloscopisch onderzoek is gebleken dat verzoeker reeds eerder asielaanvragen zou hebben ingediend in België, zodat België op grond van artikel 8 Overeenkomst van Dublin als verantwoordelijke lidstaat kan worden aangemerkt. Verzoeker stelt dat hij nimmer in België is geweest en betwijfelt of de onderzochte gegevens van hem afkomstig zijn. Verzoeker is dan ook van mening dat het aan verweerder was om de bij de aan hem toegeschreven asielaanvragen behorende foto's bij de Belgische autoriteiten op te vragen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat ervan uit dient te worden gegaan dat de Belgische autoriteiten terzake grondig onderzoek hebben verricht en ziet in de enkele ontkenning van verzoeker geen omstandigheid om tot een eigen onderzoek naar de juistheid van het dactyloscopisch onderzoek over te gaan. De president overweegt dat noch uit de stukken, noch ter zitting naar voren is gekomen dat er (concrete) aanwijzingen zijn (geweest) die op een eerder verblijf van verzoeker in België wijzen. De president volgt de gemachtigde van verweerder niet in zijn ter zitting betrokken stelling dat in de taal van verzoeker aanwijzingen voor dactyloscopisch onderzoek zouden zijn gevonden. Uit de stukken is immers naar voren gekomen dat een taalonderzoek vanwege gerezen twijfel over de afkomst van verzoeker in een eerder stadium van de procedure was aangevraagd, maar dat dit onderzoek geen doorgang heeft gevonden, nadat de resultaten van het dactyloscopisch onderzoek bekend waren geworden. Ook anderszins is niet gebleken van (concrete) aanwijzingen die aanleiding hebben gevormd tot het dactyloscopisch onderzoek. Bij deze stand van zaken komt de president voorshands tot het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid had mogen weigeren gevolg te geven aan verzoekers wens het dactyloscopisch onderzoek te verifiëren. Weliswaar is de kans dat het eigenlijke datyloscopische onderzoek niet klopt zeer klein, maar niet uitgesloten kan worden dat bij de koppeling van gegevens aan personen administratieve vergissingen worden gemaakt. Hierbij acht de president mede van belang dat in het onderhavige geval op betrekkelijk eenvoudige wijze het door de Belgische autoriteiten verrichte onderzoek te verifiëren valt. De president acht verweerder de meest gerede partij om de foto's bij de Belgische autoriteiten op te vragen. Voorts is van belang dat verzoeker een identiteitskaart heeft overgelegd die aan een authenticiteitsonderzoek onderworpen zou kunnen worden. Toewijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- A.M.J.M. Louwerse
- A.T. Idema
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
