ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5476
Rechtbank 's-Gravenhage · 15-06-2001 · zaaknummer AWB 98/2225
Inhoudsindicatie
SAMENVATTING Individueel ambtsbericht / authenticiteit documenten. In het voetspoor van de REK-uitspraak AWB 97/12366 van 16 april 1998 stelt de rechtbank vast dat verweerder, eerst nadat door Iraanse eiser beroep is ingesteld, inzage heeft verkregen in de onderliggende stukken van het individuele ambtsbericht. Dit noopt tot gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van het bestreden besluit. Een nieuwe beoordeling op het bezwaar behoeft evenwel niet te leiden tot toelating van eiser op asielgerelateerde gronden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de minister van Buitenlandse Zaken in eisers zaak een individueel ambtsbericht heeft uitgebracht. In dit ambtsbericht staat vermeld dat de door eiser overgelegde dagvaardingen geen authentieke stukken zijn. Aan de hand van de inhoud van de door de minister van Buitenlandse Zaken overgelegde onderliggende stukken is de rechtbank tot de conclusie gekomen dat het onderzoek ter plaatse op een correcte en zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat er geen aanleiding bestaat de uitkomst van het onderzoek in twijfel te trekken. Eisers gemachtigde heeft zich, mede naar aanleiding van een onderzoek gepubliceerd in NAV, kritisch uitgelaten ten aanzien van de valsheidkenmerken op grond waarvan de overgelegde dagvaarding als een onecht document wordt aangemerkt. De rechtbank merkt op dat de dagvaarding niet alleen op grond van de vormgeving niet origineel is bevonden, maar dat het document ook inhoudelijk inconsistenties bevat. Weliswaar is namens eiser gesteld dat veel geestelijken, oftewel leken, juridische stukken opstellen, maar dit verklaart naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende de inhoudelijke inconsistenties. Ook ziet de rechtbank in de onderhavige zaak in het getrapte onderzoek, namelijk door een medewerker van de vertrouwenspersoon, geen aanleiding te concluderen dat het onderzoek of de rapportage door de vertrouwenspersoon onzorgvuldig is geweest. Nu verweerder de inhoud van de overgelegde bescheiden op goede gronden heeft weerlegd en eiser zijn relaas niet anderszins aannemelijk heeft gemaakt, heeft verweerder terecht geoordeeld dat eiser niet voor toelating als vluchteling in Nederland in aanmerking komt. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- A.A. Spoel
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- P.C.M. van Schijndel
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
