Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5443

Rechtbank 's-Gravenhage · 31-08-2001 · zaaknummer AWB 01/40360, 01/40362 BEPTDN H

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

AC-procedure / Somalië / Ashraf / vestigingsalternatief. Verzoekers gemachtigde heeft verwezen naar de ambtshalve bekende brief van Amnesty International van 13 juli 2001 met als onderwerp Somaliland en Puntland. Hierin wordt melding gemaakt van willekeurige detentie, oneerlijke processen, slechte gevangenisomstandigheden en door de politie uitgevoerde martelingen en buitengerechtelijke executies. Hoewel dit beeld weinig rooskleurig is te noemen, geeft dit naar het oordeel van de president op zich geen aanleiding verzoekers hervestiging in Somaliland in afwijking van het voorgaande onverantwoord te achten. Verzoeker is a-politiek en zijn positie valt niet gelijk te stellen met die van degenen die de Transitional National Assembly ondersteunen en die volgens deze brief vooral bloot staan aan dergelijke excessen. In zoverre geeft de inhoud van deze brief geen aanleiding voor bijzondere zorg met betrekking tot het vestigingsalternatief voor verzoeker in Somaliland. Niettemin blijkt uit verweerders ambtsbericht van 2 januari 2001 dat op Ashraf welke gerekend worden tot de Reer Hamar met betrekking tot hun vestigingsalternatief van toepassing is hetgeen daaromtrent is vermeld in het ambtsbericht van 16 februari 2000. Kennisneming van de inhoud van dat ambtsbericht laat echter de indruk achter dat repatriëringen van niet uit het noorden afkomstige Somaliërs waaronder Reer Hamar in hoofdzaak plaatsvinden naar Puntland. Het ambtsbericht van 2 januari 2001 bevestigt tot op zekere hoogte dat beeld door te vermelden dat volgens een VN-studie kleine aantallen Ashraf als ontheemden in Noord- Somalië verblijven. Gelet hierop is de afstandelijke wijze van formuleren in het ambtsbericht van 2 januari 2001 minder stellig positief over het bestaan van een reëel vestigingsalternatief in Somaliland dan op te maken is uit de daarop betrekking hebbende overweging in verweerders beschikking. Uit de eerder genoemde brief van Amnesty International van 13 juli 2001 komt ook naar voren dat Somaliland krachtig streeft naar afscheiding van de rest van Somalië en voorts dat er een grensgeschil bestaat tussen Somaliland en Puntland over de provincies Sanag en Sool. Deze omstandigheden overtuigen de president er niet van dat verzoeker zonder problemen welkom zal zijn in Somaliland. Gelet op dit alles valt te betwijfelen of de informatie waarop verweerder zijn oordeel baseert een zo stellige conclusie rechtvaardigt dat voor verzoeker een reëel vestigingsalternatief in Somaliland bestaat dat dit in het kader van een AC-procedure kan worden tegengeworpen. Gelet hierop is dit oordeel van verweerder niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

Advocaten

  • L.J.P. Mentink
  • T.A.G.H. van Loenhout-Hasselo

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.