ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5398
Rechtbank 's-Gravenhage · 18-05-2001 · zaaknummer AWB01/18288
Inhoudsindicatie
SAMENVATTING Bewaring / staandehouding / identificatieplicht. Niet in geschil is dat de (Moldavische) vreemdelinge achter het raam van een bordeel haar diensten als prostituee aanbood. Onder die omstandigheden waren de verbalisanten, die belast waren met het toezicht op de naleving van artikel 6.9 van de APV van Amsterdam, op grond van artikel 151a, tweede lid, Gemeentewet bevoegd in bedoeld bordeel een onderzoek in te stellen en de vreemdelinge inzage te vorderen van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Noch artikel 5:13 Awb, noch de Gemeentewet stelt aan de uitoefening van de hiervoor genoemde bevoegdheid de eis dat sprake moet van een, naar objectieve maatstaven gemeten, redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Het betoog van de vreemdelinge dat de bij de staandehouding betrokken verbalisanten niet bevoegd waren diverse ruimten in het perceel waarin eerdergenoemd bordeel gevestigd was te doorzoeken, faalt voorts evenzeer. Het zoeken van personen in het betreffende pand is niet gelijk te stellen met het doorzoeken van kasten en bergplaatsen teneinde bijvoorbeeld een paspoort te vinden waarover de memorie van toelichting bij artikel 5:15, eerste lid, Awb spreekt. Door de vreemdelinge tijdens de verschillende gehoren te horen in de engelse taal is niet gehandeld in strijd met de jegens de vreemdeling te betrachten zorgvuldigheid. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- H. Loth
- M.C.G.G. van Hoek
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
