Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5370

Rechtbank 's-Gravenhage · 11-04-2001 · zaaknummer AWB 01/12037 e.v.

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

SAMENVATTING AC-procedure / DRC / overgangsrecht. De president overweegt dat het standpunt dat de algemene situatie in de DRC sedert de dood van president Kabila sr. onhoudbaar is geworden niet op afdoende wijze is onderbouwd door overgelegde informatie welke afkomstig is van gezaghebbende bronnen. Het in krantenberichten gemelde overlijden na mishandeling van een uitgezette asielzoeker, wordt in een individueel ambtsbericht weerlegd. Uit het antwoord van de staatssecretaris van 27 maart 2001, naar aanleiding van de Rapportage Asielketen op een vraag van het Kamerlid Halsema, blijkt dat verweerder zijn vvtv- en verwijderingsbeleid ten opzichte van de DRC niet gewijzigd heeft na de machtswisseling in december 2000 in de DRC. De omstandigheid dat Duitsland en België thans niet naar de DRC uitzetten geeft aanwijzingen dat de algemene situatie in dat land zorgwekkend is te achten. De houding van die landen verplicht verweerder echter op zichzelf niet tot een ander standpunt. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat vanaf inwerkingtreding van de nieuwe wet geen geldige titel meer ten grondslag ligt aan haar vrijheidsontneming. In onderhavige zaak is in beginsel het oude recht van toepassing. De rechtbank overweegt als volgt. Verzoekster is op basis van artikel 6 Vw de toegang tot Nederland ontzegd en op basis van artikel 7a, tweede en derde lid, Vw een plaats aangewezen waar zij zich dient op te houden. De rechtbank begrijpt het betoog van verzoekster aldus dat door inwerkingtreding van de Vw 2000, bij gebreke van een specifieke overgangsmaatregel ten aanzien van de gelding van het oude plaatsingsbesluit ex 7a Vw na 1 april 2001, de plaatsingsbeschikking haar geldigheid zou hebben verloren. In de Vw 2000 is in artikel 3 geregeld dat aan vreemdelingen onder bepaalde voorwaarden de toegang tot Nederland kan worden geweigerd. Materieel houdt deze bepaling geen - voor onderhavige zaak relevante - wijziging in ten opzichte van de regeling van toegangsweigering in artikel 6 Vw. In artikel 6, eerste en tweede lid, Vw wordt de bevoegdheid toegekend een geweigerde vreemdeling een plaats aan te wijzen waar hij zich dient op te houden, welke plaats kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Ook deze bepaling houdt - voor zover voor onderhavige zaak relevant - geen materiële wijziging in ten opzichte van artikel 7a Vw. Gelet op de oude en nieuwe bepalingen ziet de rechtbank - anders dan namens verzoekster is betoogd - geen ruimte voor een andere conclusie dan dat de tot 1 april 2001 op artikel 6 en 7a Vw gebaseerde vrijheidsbeneming thans geacht moet worden te berusten op artikel 3 en 6 Vw 2000.

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.