ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5014
Rechtbank 's-Gravenhage · 22-08-2001 · zaaknummer 00/8238 ABW
Inhoudsindicatie
Discriminatoire uitleg van Regeling gebruikelijke vakantieduur ten aanzien van persoon die is vrijgesteld van de arbeidverplichting in verband met de zorg voor een kind jonger dan 5 jaar. Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder al dan niet een naar leeftijd en/of sekse discriminatoire uitleg aan de Regeling gebruikelijke vakantieduur heeft gegeven. De rechtbank onderschrijft de overwegingen van de rechtbank Maastricht in haar uitspraak van 13 januari 2000 (JABW 2000/43, LJN AA5111), inhoudende dat het doel van (het leeftijdsonderscheid in - zo begrijpt de rechtbank) de Regeling gebruikelijke vakantieduur is om bijstandsgerechtigden die 57,5 jaar of ouder zijn en op grond van deze leeftijd zijn ontheven van de verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling een langere vakantieperiode in het buitenland toe te staan dan bijstandsgerechtigden die wèl moeten voldoen aan de verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling. Vast staat dat eiseres jonger is dan 57,5 jaar en vrijgesteld is van de arbeidsverplichtingen in verband met de zorg voor een op 31 augustus 1998 geboren kind. Voor eiseres geldt op grond van haar leeftijd evenwel een gebruikelijke vakantieduur van vier weken per kalenderjaar, terwijl voor belanghebbenden van 57,5 jaar en ouder op grond die Regeling een gebruikelijke vakantieduur geldt van 13 weken per kalenderjaar. In de Regeling gebruikelijke vakantieduur wordt derhalve een onderscheid gemaakt naar leeftijd, zijnde discriminatie "op welke grond dan ook" als bedoeld in art. 1 Grondwet. Indien daarvoor redelijke en objectieve gronden bestaan is het maken van onderscheid naar leeftijd evenwel geoorloofd. Naar het oordeel van de rechtbank verkeert een bijstandsgerechtigde moeder die op grond van de zorg voor haar kind van jonger dan 5 jaar is vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen voor de toepassing van de Abw in dezelfde omstandigheden als een bijstandsgerechtigde van 57,5 jaar of ouder die op grond van zijn leeftijd is ontheven van de verplichtingen van art. 113 Abw. Dat kan anders zijn ingeval op korte termijn valt te verwachten dat het kind de leeftijd van vijf jaar zal bereiken en van de bijstandsgerechtigde met het oog daarop mag worden verwacht dat deze zich op de volledige herleving van de arbeidsverplichtingen zal voorbereiden, maar daarvan is in het geval van eiseres geen sprake, nu haar kind ten tijde van belang nog geen twee jaar oud was. Het belang van doelmatige controle en het teritorialiteitsbeginsel, ten aanzien waarvan uit de toelichting op de Regeling gebruikelijke vakantieduur kan worden afgeleid dat deze in het geval van een van de arbeidsverplichtingen vrijgestelde bijstandsgerechtigde van tenminste 57,5 jaar bij een verblijf in het buitenland van niet meer dan 13 weken niet in het geding werden geacht, zijn naar het oordeel van de rechtbank in het geval van een bijstandsgerechtigde die omwille van de leeftijd van haar kind nog geruime tijd aanspraak heeft op vrijstelling van de arbeidsverplichtingen redelijkerwijs evenmin in het geding te achten. Het uit de Regeling gebruikelijke vakantieduur voortvloeiende onderscheid naar leeftijd ten aanzien van eiseres kon door verweerder bij gebreke van objectieve en redelijke gronden voor dat onderscheid niet zonder in strijd te komen met het discriminatieverbod van art. 1 Grondwet worden gemaakt. college van burgemeester en wethouders van Delft, verweerder mr. R.M. Bouritius Grondwet 1 Abw 9.1.a, 9.3, 113 Regeling gebruikelijke vakantieduur (Besluit van Minister van SoZaWe van 13 maart 1998, Stcrt. 1998, 51) 1.b
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Delft
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Delft
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
