ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4902
Rechtbank 's-Gravenhage · 01-10-2001 · zaaknummer AWB 01/147 BELEI
Inhoudsindicatie
1. Voor uitleg van niet in Huursubsidiewet (HSW) gedefinieerde begrip verhuurder aanknopen bij art. 7A: 1584 BW. 2. Opleggen bijdrage op grond van art. 44 HSW aanmerken als een punitieve sanctie. Opleggen bijdrage op grond van art. 44 Huursubsidiewet bij een stichting (ABS) van eiseres. Het begrip verhuurder is in de HSW niet gedefinieerd. Gelet op het bepaalde in art. 7A: 1584 BW dient daaronder te worden verstaan de partij die bij een overeenkomst als bedoeld in art. 7A: 1584 BW optreedt als degene die onder de daarin genoemde voorwaarden een andere partij het genot van een woning verschaft. Verweerder heeft ABS derhalve terecht als verhuurder ex art. 44.1, juncto art. 43 HSW aangemerkt. Niet in geschil is dat ABS de norm heeft overschreden. Gelet op het bepaalde in art. 44.1 HSW brengt dit met zich dat ABS in beginsel aan het Rijk een financiële bijdrage, gelijk aan het bedrag van de overschrijding, is verschuldigd. Het opleggen van die bijdrage moet worden aangemerkt als een punitieve, immers op bestraffing en preventie gerichte sanctie. Door het opleggen van de bijdrage wordt een verhuurder financieel nadeel en daarmee leed berokkend in de vorm van de verplichting tot betaling van een geldsom aan verweerder als reactie op overschrijding van de huursubsidieuitgavennorm. Uit de aard van het in de HSW neergelegde stelsel van prestatienormering volgt voorts dat het opleggen van een bijdrage als reactie op overschrijding van de norm op preventie is gericht. Gelet op de wettelijke verantwoordelijkheden ter zake kan de verhuurder er in beginsel ten volle een verwijt van worden gemaakt indien hij de geldende huursubsidie-uitgavennorm heeft overtreden. Dit is slechts anders indien sprake is van bijkomende feiten en omstandigheden op grond waarvan aannemelijk is dat de overschrijding van genoemde norm niet of in verminderde mate aan de verhuurder is te wijten. In hetgeen namens eiseres is aangevoerd, zijn onvoldoende aanknopingspunten gevonden om aannemelijk te achten dat deze situatie zich hier voordoet. Mede gelet op de ernst van de gedraging die met de overschrijding van de norm binnen het wettelijk stelsel van prestatienormering is gegeven, bestaat geen grond voor het oordeel dat de aan eiseres opgelegde boete onevenredig is. Ongegrond beroep. De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder. mrs. S.C. Stuldreher, P.A. Koppen, E.H.M. Heijs EVRM 6 BW 7A: 1584 Huursubsidiewet 1.i, 12, 41, 42, 43, 44, 45 Besluit prestatienormering huursubsidie 4
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
