ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2424
Rechtbank 's-Gravenhage · 09-01-2001 · zaaknummer AWB 99/1791
Inhoudsindicatie
Gezinsleven / positieve verplichting. Volgens vaste jurisprudentie van de toenmalige Afdeling rechtspraak van de Raad van State is geen sprake van inmenging indien de bestreden beschikking er niet toe strekt een verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet te ontnemen, die betrokkene tot de uitoefening van het familie- en gezinsleven hier te lande in staat stelde. De REK bepaalde in haar uitspraak AWB 98/7660, 98/7661 van 11 maart 1999 dat hieruit niet voortvloeit dat slechts sprake is van inmenging als de in te trekken of niet te verlengen verblijfstitel is verleend met het oogmerk het familie- en gezinsleven mogelijk te maken. Ook indien een zodanig oogmerk niet in de statusverlening besloten lag, doch betrokkene daardoor wel feitelijk in staat was het gezinsleven uit te oefenen, zal in het algemeen bij intrekking of niet-verlenging van een verblijfstitel van inmenging in het recht op respect voor het gezinsleven sprake zijn, aldus de REK. Naar het oordeel van de REK kan niet gezegd worden dat een vvtv een vreemdeling slechts de facto in staat stelt het familie- en gezinsleven uit te oefenen en dat daarom geen sprake is van inmenging. De REK concludeerde derhalve dat de intrekking dan wel niet verlenging van de vvtv inmenging vormt op het recht op respect voor het gezinsleven. In het onderhavige geval staat vast dat tussen Iraanse eiser en zijn minderjarige dochter gezinsleven bestaat. Eisers dochter en eisers voormalig echtgenote bezitten inmiddels de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank conformeert zich aan de uitspraak van de REK van 11 maart 1999. Naar het oordeel van de rechtbank is de uitspraak van de REK van toepassing op het onderhavige geval. Dit betekent dat door verweerders besluit van 3 maart 1999 strekkende tot niet verlenging van de vvtv - welke verblijfsvergunning eiser in staat stelde het gezinsleven met zijn minderjarige dochter uit te oefenen - feitelijk sprake was van inmenging in het gezinsleven.Verweerder had derhalve bij de beslissing tot niet verlenging van de vvtv moeten onderzoeken of inmenging in de uitoefening van het recht op respect voor het gezinsleven gerechtvaardigd was. Verweerder heeft evenwel slechts onderzocht of sprake was van een positieve verplichting om eiser verblijf toe te staan. Het besluit is derhalve gestoeld op een verkeerde belangenafweging. De omstandigheid dat verweerder eiser ten onrechte een vvtv heeft verleend doet aan dit oordeel niet aan af.
Rechters
Advocaten
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- J. Groen
- S. van Waegeningh
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
