ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2414
Rechtbank 's-Gravenhage · 29-03-2001 · zaaknummer AWB 00/68876 OVERIO A S1
Inhoudsindicatie
Noord-Irak / Koerd / KDP / eerwraak. Verzoeksters echtgenoot verblijft sinds 1997 in Nederland. Verzoekster is met gezin achtergebleven in Irak. Verzoekster is een maand voor vertrek naar Nederland meerdere malen verkracht door de neef van haar echtgenoot en als gevolg hiervan zwanger geraakt. Verzoekster stelt te vrezen voor vervolging door de KDP, in verband met problemen die haar man heeft ondervonden, en door haar (schoon) familie in verband met verkrachtingen door neef van haar man, die hebben geleid tot zwangerschap en de geboorte van een kind. De president acht niet aannemelijk dat verzoekster heeft te vrezen voor vervolging door de KDP. Het komt de president evenwel niet onaannemelijk voor dat de door verzoekster gestelde verkrachtingen een reden kunnen zijn dat aan verzoekster een vtv moet worden verleend. Verweerder heeft de gebeurtenissen als zodanig niet betwist. Niet gebleken is dat verweerder die gebeurtenissen heeft bezien in het licht van het ambtsbericht van 12 april 2000. Uit dat ambtsbericht blijkt dat vrouwen zoals verzoekster, die behoren tot de Koerdische bevolkingsgroep en uit Noord-Irak afkomstig zijn, als zij hun familie te schande maken, het risico lopen om het leven te worden gebracht, terwijl zij, als sprake is van een conflict in de traditionele (clan)sfeer, in veel gevallen niet afdoende bescherming van de Koerdische autoriteiten kunnen inroepen. Toewijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- A.A. van Harmelen
- A.W. van Leeuwen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
