Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2365

Rechtbank 's-Gravenhage · 17-05-2001 · zaaknummer AWB 00/8440, 01/4466

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Witte-illegalenbeleid / Agneskerkzaken. De uit de Agneskerkzaken naar voren komende bestuurspraktijk is niet zodanig vaag dat zij, naar door eiser gesteld, per definitie tot willekeur heeft geleid, en dat eiser als gevolg daarvan in zijn belangen zou kunnen zijn geschaad. Verweerder heeft zich bij de in dit kader genomen beslissingen laten leiden door eerder, in het kader van het witte-illegalenbeleid geldende uitgangspunten, die door de rechter niet onredelijk zijn geacht. Niet gezegd kan worden dat de aldus, het geheel van de omstandigheden in aanmerking genomen, op individuele gronden genomen beslissingen, een willekeurige uitoefening van de verweerder toekomende bevoegdheid opleveren. Ook in de met betrekking tot eiser genomen beslissing is daarvan naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Voorzover eiser zich beroept op een in het kader van de hongerstaking in de Agneskerk gegeven toewijzende beschikking in een situatie waarbij uitzetting, dan wel gecontroleerd vertrek, niet werd tegengeworpen, acht de rechtbank evenmin sprake van willekeur. Naar de gemachtigde van verweerder ter zitting overtuigend heeft gesteld, waren er in het door eiser bedoelde geval (ook) andere omstandigheden op grond waarvan tot inwilliging van die aanvraag is besloten. Daarnaast kan niet worden gezegd dat verweerder in redelijkheid niet tot de niet-toelating van eiser kon overgaan, op de enkele grond dat eiser evenals twee anderen eerder is uitgezet. Uit het overzicht van inwilligingen bij de brief van 6 april 1999 aan deze rechtbank in zaak AWB 98/3241 blijkt dat in de twee gevallen waarin eerdere uitzetting niet werd tegengeworpen, die uitzettingen reeds in de eerste helft van de jaren '80, dus veel langer geleden dan in eisers situatie, hadden plaatsgevonden en dat er daarnaast in die gevallen sprake was van arbeidsongeschiktheid als gevolg van een bedrijfsongeluk en bijzondere medische klachten. In het onderhavige geval is geen zodanig bijzonder samenstel van omstandigheden gesteld of gebleken dat dit verweerder tot toelating had moeten nopen. Ook het beroep van eiser in dit verband op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen. Verweerder heeft - gelet op de hiervoor genoemde, meest in de buurt komende vergelijkbare gevallen - kunnen oordelen dat eisers situatie niet zodanig overeenkwam met een van de andere inwilligende beschikkingen in zogenaamde Agneskerkzaken, dat ook eiser op grond van het gelijkheidsbeginsel moet worden toegelaten. Wellicht ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat deze beslissingen ook niet per definitie blijk geven van een voor eiser gunstiger beslispraktijk. Het zal van de omstandigheden van het geval afhangen of de in het kader van de hongerstaking in de Agneskerk genomen beslissing gunstiger uitvalt dan wel de onder vigeur van TBV 1999/23 te nemen beslissing. In dit verband is ten slotte van belang dat verweerder in het kader van de onder TBV 1999/23 genomen beslissingen gehouden is, waar nodig, rekening te houden met artikel 4:84 Awb. Het is de rechtbank niet gebleken dat de wijze waarop verweerder zich van deze verplichting kwijt in betekenende mate afwijkt van de wijze waarop hij in de Agneskerk-beslissingen van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Dit geldt temeer daar verweerder in beschikkingen waarin TBV 1999/23 wordt toegepast, in het kader van een beroep op artikel 4:84 Awb, ook zelf verwijst naar die beslissingen en daarbij kennelijk dezelfde maatstaven tot uitgangspunt neemt. Beroep ongegrond.

Advocaten

  • A.A. Vermeij
  • G.M.G. Hink
  • I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.