ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2363
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-05-2001 · zaaknummer AWB 00/71986
Inhoudsindicatie
Witte-illegalenbeleid / sofi-nummer / verblijf bij aanvang referteperiode. De rechtbank overweegt allereerst, zoals ook reeds in eerdere uitspraken geoordeeld, dat zij het hiervoor genoemde beleid in zijn algemeenheid niet onredelijk acht. Daarbij is in aanmerking genomen dat het gaat om uitzonderingsbeleid, tot stand gekomen na en in overleg met de Tweede Kamer der Staten-Generaal in verband met het in de loop der jaren gevoerde zogenoemde witte-illegalenbeleid. De hier onder meer aan de orde zijnde voorwaarde van het (rechtmatig) bezit van een sofinummer vanaf 1 januari 1992 is evenmin onredelijk. Ter toelichting op deze voorwaarde heeft verweerder verklaard dat afgifte van een sofinummer aan een hier te lande verblijvende vreemdeling een schijn van legaliteit wekt ten aanzien van het verblijf van de betreffende vreemdeling in Nederland. De rechtbank acht deze motivering toereikend. De afgifte van een sofinummer door een overheidsorgaan heeft er - onbedoeld - toe bijgedragen dat de betrokken vreemdeling zich in maatschappelijk opzicht (voortgaand) in de Nederlandse samenleving heeft kunnen handhaven. Dat het sofinummer reeds voor 1 januari 1992 aan de vreemdeling moet zijn toegekend is in dit verband geen onredelijke eis, nu voor de regeling in het bijzonder de duur van het verblijf en daarmee samenhangend het aan de overheid kenbare arbeidsverleden, alsmede eventuele banden met Nederland een belangrijke rechtvaardigingsgrond is. Het feit dat aan eerste afgifte van een sofinummer geen bewijs kan worden ontleend voor later verblijf alhier, maakt dit oordeel niet anders. Daaraan doet evenmin af dat de door verweerder mede ter rechtvaardiging aangevoerde omstandigheid dat afgifte van een sofinummer na 1 januari 1992 uitgesloten moet worden geacht, onder andere in deze zaak, feitelijke grondslag blijkt te missen. In het hier ter beoordeling staande beroep is niet betwist dat eiser bij aanvang van de referteperiode, op 1 januari 1992, (nog) niet beschikte over een sofinummer. Evenmin is betwist dat eiser in september 1995 (alsnog) een sofinummer is toegekend. Voorts is niet betwist dat eiser vanaf 19 mei 1992, en vervolgens de gehele referteperiode, op zijn eigen naam, en vanaf september 1995 ook met vermelding van het hem toegekende sofinummer, verzekerde arbeid heeft verricht. Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval, voor wat betreft de periode vanaf 19 mei 1992, materieel is voldaan aan de in de regeling gestelde voorwaarde van het (rechtmatig) bezit van een sofinummer. Hierbij is in aanmerking genomen dat eiser vanaf 19 mei 1992 op eigen naam verzekerde arbeid heeft verricht, premies en loonbelasting heeft betaald en hij kennelijk ook bij de belastingdienst bekend was, gelet op het hem door deze dienst in september 1995 alsnog toegekende sofinummer. Wat betreft het vereiste van ononderbroken verblijf vanaf 1 januari 1992 overweegt de rechtbank als volgt. Blijkens de naar aanleiding van eerdere aanvragen van eiser door verweerder overgelegde stukken neemt verweerder een verblijf van eiser hier te lande aan vanaf omstreeks 1989. Gelet op de in dit geding overgelegde (kopie van een) huurovereenkomst d.d. 12 november 1991, met een huuringangsdatum van 15 november 1991, ten aanzien waarvan de rechtbank geen reden ziet om te twijfelen aan de authenticiteit ervan, is niet zonder meer onaannemelijk dat eiser ook bij aanvang van de referteperiode, in januari 1992, hier te lande verbleef. Dit betekent dat niet op goede gronden van een gat aan het begin van de referteperiode gesproken kan worden. Beroep gegrond.
Advocaten
- A.A. Vermeij
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- J.W. Schaper
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
