Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2001

Rechtbank 's-Gravenhage · 01-02-2001 · zaaknummer AWB 99-4399, 00-62275

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Irak / vestigingsalternatief Noord-Irak. Eiser behoort tot de Arabische bevolkingsgroep en is afkomstig uit Centraal-Irak. Eiser is lid van de Iraakse Communistische partij (ICP) en heeft gedurende een lange periode oppositionele activiteiten verricht voor de ICP. Eiser verzamelde informatie over mensen en schreef artikelen voor een krant. Op 2 april 1996 is eiser naar Arbil gegaan om zijn activiteiten voor de partij daar voort te zetten. Toen Arbil werd ingenomen door regeringstroepen met behulp van Massoud Barzani heeft eiser ondergedoken gezeten op verschillende adressen. Eiser heeft vernomen van de secretaris van de ICP dat hij op een lijst zou staan van communisten, die worden gezocht door de Iraakse autoriteiten. Volgens het ambtsbericht van 12 april 2000 beschikten de Centraal-Iraakse troepen bij de inname van Arbil op 31 augustus 1996 over gedetailleerde arrestatielijsten van hun onwelvallige personen en hun verblijfplaatsen. De rechtbank acht het niet onaannemelijk dat de Centraal-Iraakse autoriteiten op de hoogte waren van eisers activiteiten voor de ICP zodat eiser ten aanzien van Centraal-Irak als vluchteling moet worden aangemerkt. Met betrekking tot het bestaan van een binnenlands vestigingsalternatief overweegt de rechtbank dat het hebben van familie-, gemeenschaps- of politieke banden relevant is bij het tegenwerpen van een vestigingsalternatief in Noord-Irak. Het beleid op grond waarvan, behoudens uitzonderingen, aan Centraal-Irakezen een vestigingsalternatief in Noord-Irak wordt tegengeworpen, ongeacht de vraag of zij daar banden hebben, kan een marginale toets niet doorstaan. In de bestreden beschikking heeft verweerder bij de beoordeling of Noord-Irak als vestigingsalternatief kan gelden enkel in aanmerking genomen of eiser behoort tot een risicogroep en niet of hij banden heeft met Noord-Irak. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen geheel of gedeeltelijk in stand te laten. Verweerder heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat eiser een binnenlands vluchtalternatief heeft in Noord-Irak. Eiser heeft van april 1996 tot mei 1997 in Noord-Irak verbleven zonder noemenswaardige problemen te ondervinden van de Iraakse autoriteiten danwel de KDP. Voorts beschikt eiser over politieke banden met de ICP, die volgens het ambtsbericht van 12 april 2000 kantoren heeft in Noord-Irak. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende onderzocht onder welke omstandigheden eiser in Arbil heeft verbleven. Voorts vormt het enkele feit dat de ICP over kantoren in Noord-Irak beschikt onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat eiser daarmee beschikt over banden met Noord-Irak, die hem in staat stellen om toegang te krijgen tot de essentiële basisvoorzieningen. Door verweerder onvoldoende gemotiveerd dan aan de bandeneis is voldaan. Beroep gegrond.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.