ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1938
Rechtbank 's-Gravenhage · 30-01-2001 · zaaknummer AWB 99/10078
Inhoudsindicatie
Sri Lanka / Tamil / tweede aanvraag. Eiser (Tamil) voert aan dat hij aan de herhaalde aanvraag nieuwe feiten en omstandigheden ten grondslag heeft gelegd. Eiser heeft een tweetal documenten (brieven) overgelegd waaruit zou moeten blijken dat zijn leven in gevaar is. Voorts beroept hij zich op de Immigrants- and Emigrants Act van 1998 tengevolge waarvan hij bij terugzending naar Sri Lanka het risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of eiser met de overlegging van genoemde brieven zijn tweede aanvraag op nieuwe gronden heeft gebaseerd. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan sprake nu uit eisers verklaring is af te leiden dat uit de overgelegde brieven zou blijken dat eiser een groter veiligheidsrisico zou lopen dan bij de voorgaande beoordeling van zijn aanvragen is aangenomen. De rechtbank concludeert derhalve dat verweerder ten onrechte de tweede aanvraag van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft verweerders nadere stellingname, blijkend uit het verweerschrift en de ter zitting gegeven toelichting, aldus begrepen dat verweerder in de praktijk geen verschil ziet in de toepassing van artikel 15b, eerste lid aanhef en onder b, Vw en artikel 4:6 Awb. Nu eiser ter onderbouwing van zijn tweede aanvraag geen nieuwe feiten en omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb heeft aangevoerd, zou het beroep om die reden, aldus verweerder, ongegrond moeten worden verklaard. De rechtbank volgt verweerder daarin niet. De rechtbank acht, gelet op de tekst en de context van de genoemde bepalingen, wel degelijk aanleiding aanwezig een onderscheid te zien in het toepassingbereik van deze artikelen. Te meer nu ook verweerder, blijkens werkinstructie 182, aan artikel 15b, eerste lid aanhef en onder b, Vw een invulling geeft, die niet op een lijn is te brengen met het bepaalde in artikel 4:6 Awb. De rechtbank concludeert op grond van vorenstaande overwegingen dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met het bepaalde in artikel 15b, eerste lid en onder b, Vw. Verweerders stellingname begrijpt de rechtbank verder aldus dat de toepassing van artikel 4:6 Awb ertoe zou leiden dat eisers tweede aanvraag zou moeten worden afgewezen onder verwijzing naar de eerdere afwijzende beschikking. Deze stellingname onderschrijft de rechtbank wel. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak. Wijst de aanvraag van 27 september 1999 af onder verwijzing naar de beschikking van 26 september 1997.
Rechters
Advocaten
- P.M. Kruijdenberg
- S.S. Ilahi
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
