ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1937
Rechtbank 's-Gravenhage · 01-02-2001 · zaaknummer AWB 00/8250
Inhoudsindicatie
Turkse Koerd / PKK. In het ambtsbericht van 13 december 2000 staat: "Indien bij terugkeer een antecedent wordt vastgesteld volgt in de regel een nader onderzoek (...). Er zijn geloofwaardige berichten dat tijdens deze nadere onderzoeken niet zelden mishandelingen en/of folteringen voorkomen; dit is vooral het geval indien de verdenking zich richt tegen mogelijke betrokkenheid bij de PKK. Indien er echter geen specifieke verdenkingen zijn, volgt in de regel na gemiddeld zes tot negen uur vrijlating. In andere gevallen wordt de betrokkene overgedragen aan de betrokken opsporingsinstantie." Naar het oordeel van de president kan uit het Duitse rapport "Von Deutschland in den türkischen Folterkeller, Zur Rückkehrgefährdung von Kurdinnen und Kurden" van de Niedersächsische Flüchtingsrat en PRO ASYL van juni 2000 weliswaar een zekere willekeur en onvoorspelbaarheid van de bejegening bij terugkeer worden afgeleid, maar juist waar het gaat om grote aantallen teruggestuurden, als in het rapport bedoeld, en daarvan in een substantieel maar lang niet alle gevallen een wrede en onmenselijke behandeling volgt, is niet de conclusie op basis van die gegevens gerechtvaardigd dat het risico voor elke teruggezonden Turkse Koerd op een wrede en onmenselijke behandeling zo reëel is dat terugzending in geen geval toelaatbaar is te achten. Het rapport kan voorts de conclusie in het ambtsbericht niet weerleggen, dat tijdens het kortdurend antecedentenonderzoek een voor onderhavige beoordeling relevante wrede of onmenselijke behandeling realiter niet aan de orde is. Daarnaast ziet de president geen aanleiding het ambtsbericht niet te volgen in de conclusie dat slechts bij het bestaan van antecedenten het risico of een wrede en onmenselijke behandeling in het kader van nader onderzoek zodanig is dat uitzetting verboden moet worden. Het komt er bij de vraag naar de toelaatbaarheid van de uitzetting daarom op aan te onderzoeken of er relevante antecedenten zijn, althans redelijkerwijs door de Turkse autoriteiten aan de terugkerende asielzoeker zullen worden toegerekend. Daarbij zij opgemerkt dat onder dergelijke antecedenten volgens het Duitse rapport ook activiteiten in het westen te beschouwen zijn. Verzoekers relaas bevat geen aanknopingspunten dat een antecedent over hem bestaat of aan hem zal worden toegedicht. Afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- M. Timmer
- S.H.J.M. Roelofs
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
