ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1933
Rechtbank 's-Gravenhage · 18-01-2001 · zaaknummer AWB 00/854
Inhoudsindicatie
Noord-Irak / eerwraak. Het ambtsbericht van 31 maart 1998 verschaft geen duidelijke informatie omtrent het risico dat de man loopt die de eer heeft geschonden. Bij de beoordeling van de onderhavige aanvraag is bepalend of de man (naast de vrouw) eveneens problemen kan ondervinden en indien zulks het geval is of hij daartegen bescherming kan inroepen van de (lokale) autoriteiten. Met name uit de opmerking dat de positie die de betrokken man binnen zijn clan bekleedt, in belangrijke mate de bereidheid van de autoriteiten tot optreden bepaalt, op pagina 21 van het betreffende ambtsbericht, kan de rechtbank niet opmaken of dit optreden van de autoriteiten de bescherming van de vrouw en/of die van de man betreft. Ook uit latere ambtsberichten kan dit niet worden opgemaakt. Deze informatie laat de mogelijkheid open dat eiser inderdaad voor zijn leven heeft te vrezen en dat de - de facto - autoriteiten in Noord-Irak daartegen geen bescherming kunnen bieden, zodat terugzending naar Noord-Irak schending van artikel 3 EVRM oplevert. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- F.A.M. Wuijts
- R.M. Berendsen
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
