ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1928
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-02-2001 · zaaknummer AWB 00/8257
Inhoudsindicatie
Dublinclaim / gezinshereniging. Verzoekers, moeder en haar twee zonen, bezitten de Kroatische nationaliteit. De nagereisde echtgenoot is hier te lande in de asielprocedure opgenomen. Verzoekers wensen als gezin in Nederland te blijven. De president overweegt dat voor zover verweerder van mening is dat uit het psychiatrisch rapport betreffende verzoekster niet blijkt dat het PTSS is vastgesteld door een psychiater, het rapport door een psychiater is mede-ondertekend zodat de diagnose PTSS is gesteld onder verantwoordelijkheid van een daartoe bevoegd psychiater. Uit deze rapportage volgt dat indien verzoekster opnieuw zal worden gescheiden van haar echtgenoot en met haar kinderen naar Oostenrijk zal worden gestuurd, een reëel risico bestaat tot decompensatie en suïcidaal gedrag. Gelet hierop acht de president de ernst van de medisch-psychische toestand van verzoekster voldoende onderbouwd en acht het aannemelijk dat overdracht van verzoekster aan de Oostenrijkse autoriteiten, waardoor zij opnieuw van haar echtgenoot zal worden gescheiden, haar gezondheid dusdanig zal doen verslechteren dat zulks thans niet geoorloofd is. Uit het rapport met betrekking tot de meerderjarige zoon volgt dat de depressieve klachten van verzoeker worden verergerd door het feit dat hij gescheiden van zijn ouders leeft. De president merkt hierbij op dat het rapport is opgemaakt onder verantwoordelijkheid van een psychiater. Verzoeker maakt echter geen deel uit van het kerngezin als bedoeld in hoofdstuk B7/8.1.1.3 Vc-1994 . Wel is van belang hetgeen is bepaald in artikel 1 van het Besluit 1/2000. De president acht uit de verklaringen van verzoekers voldoende aannemelijk dat zij tot hun komst naar Nederland steeds als gezin samen hebben geleefd. Gelet op de psychiatrische rapportage met betrekking tot verzoeker acht de president eveneens aannemelijk dat verzoeker afhankelijk is van de steun van zijn in Nederland verblijvende familie. Verzoeker valt dus op grond van artikel 1, tweede lid, van het Besluit 1/2000 onder de werking van dit besluit. Om die reden is de president van oordeel dat verweerder ten opzichte van verzoeker sub 2 gebruik dient te maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid en toepassing dient te geven aan het beleid neergelegd in hoofdstuk B7/8.1.1.3 Vc-1994 door het asielverzoek van verzoeker sub 2 op grond van artikel 3, vierde lid, Overeenkomst van Dublin (OvD) in behandeling te nemen. Toewijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- A.J.P. Lemmen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
