ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1394
Rechtbank 's-Gravenhage · 05-03-2001 · zaaknummer AWB 98/9502
Inhoudsindicatie
Niet-tijdig beslissen. Verweerder heeft niet tijdig beslist op de asielaanvragen van eisers. Hiertegen hebben eisers bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij beschikkingen van 8 september 1998 het bezwaar gegrond verklaard en de asielaanvragen niet ingewilligd onder vermelding van de rechtsmiddelverwijzing bezwaar. Verweerder heeft op zich terecht aangevoerd dat de omstandigheid dat bezwaar was gemaakt tegen het niet tijdig beslissen op de inleidende aanvragen niet af doet aan de bevoegdheid van verweerder om alsnog zelfstandige besluiten in primo te nemen. Wanneer verweerder hangende de behandeling van het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van besluiten op de inleidende aanvragen van die bevoegdheid gebruik gemaakt zou hebben en zelfstandige besluiten in primo zou hebben genomen, zou het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van primaire besluiten op grond van artikel 6:20, vierde lid, Awb van rechtswege óók zijn gericht tegen die reële besluiten in primo. De beschikkingen van 8 september 1998 worden er evenwel door gekenmerkt, dat in één besluit zowel op het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit als op de inleidende aanvragen is beslist. Bij de beschikkingen van 8 september 1998 zijn de gronden onder de inleidende aanvragen gewogen en te licht bevonden, hetgeen verweerder aanleiding heeft gegeven tot niet-inwilliging van de aanvragen. Daarmee heeft verweerder (materieel) gedaan hetgeen artikel 7:11 Awb hem voorschrijft, namelijk op de grondslag van het bezwaar het bestreden besluit (in casu het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit) heroverwegen, en, voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft (en die aanleiding is er, omdat niet tijdig is beslist), het bestreden besluit herroepen (dat heeft verweerder ten onrechte verzuimd) en in de plaats daarvan een nieuwe besluit nemen (dat heeft verweerder wel gedaan door de aanvragen niet in te willigen). Voor zover de bestreden besluiten strekken tot niet inwilliging van de inleidende aanvragen zijn dat dus besluiten op bezwaar. Gezien hetgeen in de memorie van toelichting stond vermeld, is deze gang van zaken uitdrukkelijk door de wetgever zo beoogd. Een andere lezing van de beschikkingen van 8 september 1998 , namelijk dat de niet-inwilligingen van de inleidende aanvragen beschikkingen in primo zijn, valt, gezien artikel 6:20, vierde lid, Awb, niet te rijmen met het tegelijk hebben afgedaan van het bezwaar. De besluiten tot niet inwilliging van de inleidende aanvragen, genomen op 8 september 1998, zijn dus op bezwaar gegeven. De rechtsmiddelverwijzing is onjuist geweest. Ten aanzien van schending van de hoorplicht was het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op de aanvragen gegrond; aangezien de aanvragen niet zijn ingewilligd, is niet volledig aan eisers tegemoet gekomen. Reeds omdat er geen primaire beslissing was, kan er geen sprake zijn van een kennelijk ongegrond bezwaar. Voor instandlating van de rechtsgevolgen van de vernietigde gedeelten van de beschikkingen bestaat alleen aanleiding, indien er in redelijkheid geen twijfel over kan bestaan, dat verweerder bij de "ex nunc" te nemen beslissingen op bezwaar wederom zal beslissen tot niet-inwilliging van de aanvragen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
