Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1306

Rechtbank 's-Gravenhage · 25-04-2001 · zaaknummer AWB 01/15380, 01/16436

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Heroverweging fictieve weigering / Iraakse Koerden. Op 2 april 2001 heeft Iraakse verzoeker de staatssecretaris van Justitie verzocht om op de afwijzende beschikking op zijn aanvraag om toelating als vluchteling binnen twee dagen na indiening van het verzoek om heroverweging te beslissen. Verzoeker heeft op 12 april 2001 een bezwaarschrift ingediend tegen de fictieve weigering van verweerder op het verzoek om heroverweging te beslissen. Op 16 april 2001 heeft verzoeker de president van de rechtbank verzocht een voorziening te treffen die ertoe strekt verzoeker ontheffing te verlenen van de rechtsplicht Nederland te verlaten, dan wel dat hij wordt behandeld als ware hij rechtmatig in Nederland, in ieder geval hangende het bezwaar ten aanzien van de fictieve weigering te beslissen op het verzoek om heroverweging. Nu verzoeker zijn aanvraag om heroverweging op 2 april 2001 heeft ingediend, dient ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) het door hem ingediende bezwaarschrift te worden aangemerkt als beroepschrift. De president is van oordeel dat, zelfs indien in het onderhavige geval niet de in artikel 42 Vw 2000 neergelegde beslistermijn van 6 maanden van toepassing zou moeten worden geacht, maar een andere, redelijke termijn als bedoeld in artikel 4:13 Awb, gelet op al hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht, niet geoordeeld kan worden dat die beslistermijn ten tijde van indiening van het beroepschrift van 12 april 2001, dan wel heden, is verstreken. De omstandigheid dat verzoeker reeds lange tijd in hongerstaking is, maakt dit - zonder afbreuk te doen aan de ernst van die omstandigheid - niet anders. De president heeft bij het vorenstaande in aanmerking genomen dat verzoeker, die zijn hongerstaking begin februari 2001 heeft aangevangen, het onderhavige verzoek om heroverweging eerst op 2 april 2001 heeft ingediend. Tevens acht de president het van belang dat verweerder bij brief van 20 april 2001 heeft aangegeven op korte termijn (en wel in de loop van volgende week) op het verzoek te beslissen. Gelet op het vorenstaande is de president van oordeel dat in het onderhavige geval van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit geen sprake is. Het door verzoeker ingediende beroepschrift is om die reden ingediend voor het begin van de beroepstermijn. Voorts is er geen spoedeisend belang nu uitzetting op korte termijn niet dreigt. Voor zover verzoeker wil bewerkstelligen dat hem opvang wordt geboden, zolang verweerder niet heeft beslist op zijn aanvragen om toelating hier te lande, zal verzoeker de daarvoor geëigende rechtsmiddelen, gericht tegen het besluit van het COA waarin hem opvang zal worden ontnomen, dienen aan te wenden. Voorts kan verzoeker zich tot het COA wenden met het verzoek om hem, gelet op zijn medische noodsituatie, opvang te blijven verlenen. Beroep niet-ontvankelijk, verzoek afgewezen. Zie ook de uitspraak ECLI:NL:RBMAA:1999:AA7004.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.