ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1211
Rechtbank 's-Gravenhage · 16-03-2001 · zaaknummer AWB 01/8340
Inhoudsindicatie
Bewaring / VRIS. De rechtbank stelt allereerst vast dat het voorlopig bevel tot bewaring van 27 februari 2001 niet alleen naar de vorm een bevel tot bewaring als bedoeld in artikel 26 Vw is, doch ook gelet op de strekking ervan, waarbij vooral van belang is dat voor het doen aanvangen van de bewaring geen nadere handeling of beslissing vanwege verweerder is vereist, moet worden aangemerkt als een zodanig bevel. De rechtbank is van oordeel dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Immers, de vreemdeling beschikt niet over een geldige titel tot verblijf, is niet in het bezit is van een geldig identiteitsbewijs en beschikt niet over voldoende middelen van bestaan. Gelet hierop bestaat ten aanzien van hem het ernstige vermoeden dat hij zich aan uitzetting zal onttrekken. Bovendien wordt de vreemdeling verdacht van het plegen van een strafbaar feit. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder de vreemdeling terecht in (voorlopige) bewaring heeft gesteld. Hieraan doet niet af dat de vreemdeling op 24 januari 2000 een verzoek om verlening van een vtv op grond van het driejarenbeleid heeft ingediend. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat niet is gebleken dat dit verzoek als kansrijk moet worden beschouwd. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat de vreemdeling meerdere criminele antecedenten heeft. Weliswaar is dit door de gemachtigde van de vreemdeling betwist, doch de rechtbank verwijst hiervoor naar het proces-verbaal van 11 januari 2001 waarin staat geschreven dat de vreemdeling thans strafrechtelijk wordt gevangen gehouden op verdenking van meerdere woninginbraken. De rechtbank ziet geen grond om te twijfelen aan de juistheid van dit op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal. Bovendien weegt het door verweerder gestelde belang dat het zeer onwenselijk is dat de illegale vreemdeling die zich in de strafrechtketen bevindt, onverhoopt wederom de illegaliteit ingaat als gevolg van technische onvolkomenheden, naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan het belang van de vreemdeling, die zich in feite reeds in hechtenis bevindt en door het (voorlopige) bevel vreemdelingenbewaring niet feitelijk in een andere situatie is dan zonder dat bevel. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek schadevergoeding.
Rechters
Advocaten
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- M.C.G.G. van Hoek
- N.M. van Collenburg
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
