ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0679
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-01-2001 · zaaknummer AWB 99/11510
Inhoudsindicatie
Eiser behoort tot de bevolkingsgroep der shi’itische Hazara’s en stelt dat sprake is van groepsvervolging van Hazara’s door de Taliban. Onder verwijzing naar de REK-uitspraak van 14 juli 2000, heeft de rechtbank geoordeeld dat sprake kan zijn van groepsvervolging indien serieuze aanwijzingen bestaan dat in beginsel alle tot een groep behorende personen aan vervolging bloot (zullen) staan. Van groepsvervolging van Hazara’s is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Weliswaar was de algehele situatie in Aghanistan ten tijde van het bestreden besluit van 27 december 1999 zorgwekkend, doch niet zodanig dat vreemdelingen die afkomstig zijn uit dat land in het algemeen dan wel diegenen die behoren tot de bevolkingsgroep der Hazara’s zonder meer als vluchteling zijn aan te merken. Verwezen is in dit verband naar de ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken van 4 maart 1998 (pagina 32) en van 3 november 1998 (pagina 14), waaruit blijkt dat de Hazara’s weliswaar behoren tot de kwetsbare groeperingen doch dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat Hazara’s zodanig stelselmatig worden vervolgd op etnische gronden dat gesteld kan worden dat er serieuze aanwijzingen zijn dat alle Hazara’s aan vervolging bloot staan.
Rechters
Advocaten
- F. Heus
- F.S. van Nierop
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
