ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0654
Rechtbank 's-Gravenhage · 19-01-2001 · zaaknummer AWB 99/13121
Inhoudsindicatie
Irak / sjiïtische moslim / Koeweit. Naarmate de algemene mensenrechtensituatie in het land van herkomst slechter is, zal sneller tot vervolging moeten worden geconcludeerd. Uit het ambtsbericht van maart 1999 blijkt dat vervolging door de Irakese autoriteiten in veel gevallen een gevolg is van combinaties van factoren. Verweerder is tot zijn afwijzende besluit gekomen zonder de situatie in Irak in voldoende mate bij zijn oordeel te betrekken, alsmede de specifieke plaats die eiser hierin inneemt. Met name dient verweerder te beargumenteren waarom de bij eiser bestaande combinatie van zijn Koeweitse achtergrond, de dossiervorming over zijn politieke activiteiten en zijn behoren tot de sjiïitische moslims geen gegronde vrees voor vervolging oplevert, vooral gelet op het willekeurige optreden waar de Irakese autoriteiten om bekend staan. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
