Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2000:AD8396

Rechtbank 's-Gravenhage · 14-12-2000 · zaaknummer AWB 00/62550 OVERIO

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Overgangsrecht / procesbelang / doorprocederen. Aan eiser, een Afghaan, is voor de inwerkintreding van de Vw 2000 een vvtv verleend. Hij procedeert door voor een vtv. De rechtbank is van oordeel dat (het overgangsrecht van) de Vw 2000, behoudens in de wet vastgelegde uitzonderingen, blijkens tekst en strekking en overeenkomstig aanwijzing 166 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, tot uitgangspunt heeft, dat zij zogenaamde onmiddellijke werking heeft voor alle op 1 april bestaande (vreemdelingenrechtelijk relevante) rechtsverhoudingen. Voor asielzaken is in het overgangsrecht, noch anderszins in hogere regelgeving, voorzien in een regel die met zich meebrengt dat het eerbiedigingsbeginsel zou gelden. De wet kent geen bepaling op grond waarvan bij honorering van een beroep op vluchtelingschap na 1 april 2001 een andere verblijfsvergunning kan worden verleend dan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vw 2000. De rechtbank volgt eiser wel in zijn betoog dat een procesbelang is gelegen in de formele rechtskracht die kan volgen uit verweerders beslissing hem niet als vluchteling toe te laten dan wel hem geen verblijfsvergunning te verstrekken op grond van klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder heeft in het onderhavige besluit expliciet geoordeeld dat eiser niet kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag en de Vw. Dat oordeel zal na een ongegrondverklaring of niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank formele rechtskracht verkrijgen. De rechtbank stelt vast dat op het beginsel van de formele rechtskracht in de rechtspraak weliswaar enkele uitzonderingen zijn aanvaard, doch dat deze een zeer beperkt karakter hebben. In beginsel geldt de werking van de formele rechtskracht onverkort en derhalve bijvoorbeeld ook in geval, wanneer tijdig een rechtsmiddel zou zijn aangewend, het besluit met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid door de rechter zou zijn vernietigd. Slechts in geval eiser nieuw gebleken feiten en omstandigheden zou kunnen aanvoeren, zou hij met het indienen van een nieuwe aanvraag, zo inderdaad blijkt van nieuw gebleken feiten en omstandigheden kunnen bewerkstelligen dat zijn beroep op vluchtelingschap alsnog wordt beoordeeld. Verweerders betoog dat thans geen procesbelang aanwezig is, zou dan ook leiden tot het naar het oordeel van de rechtbank onaanvaardbare gevolg dat verweerders oordeel dat eiser geen vluchteling is, niet of nog slechts zeer beperkt door de rechter kan worden getoetst, terwijl eiser alsdan benadeeld kan worden in zijn (bewijs-)positie. De wetgever gaat ervan uit dat bij intrekking van de verblijfsvergunning het vluchtelingenschap volledig ter discussie kan worden gesteld. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt echter niet dat de wetgever dit ook heeft beoogd. In situaties waarin een voor 1 april 2001 gegeven oordeel over vluchtelingenschap formele rechtskracht heeft gekregen. De toezegging van verweerder om die formele rechtskracht niet tegen te werpen bindt hem maar niet de rechter. Beroep ongegrond.

Advocaten

  • A.P. van den Akker

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.