Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1180

Rechtbank 's-Gravenhage · 29-11-2000 · zaaknummer AWB 00/274

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Irak / lidmaatschap INA. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eisers verklaring dat hij heeft vernomen dat een ander partijlid van het Iraakse Nationale Akkoord (INA) eisers naam aan de autoriteiten heeft genoemd niet in het rapport van gehoor, noch in de aanvullingen en correcties daarop is terug te vinden, zodat die verklaring niet geloofwaardig is. De rechtbank overweegt dat deze verklaring wel in het verslag van het nader gehoor is opgenomen, zodat de twijfel van verweerder aan de geloofwaardigheid van het relaas op dit punt niet op goede gronden is gestoeld. Dat eiser slechts indirect zou hebben vernomen dat zijn naam is doorgegeven, betekent niet dat aan die indirecte mededeling daaromtrent in het geheel geen waarde zou mogen worden toegekend. De rechtbank merkt op dat door eiser - anders dan verweerder meent - niet is gesteld dat de Iraakse autoriteiten reeds in maart 1997 van de activiteiten van eiser op de hoogte waren. Het argument van verweerder dat de Iraakse autoriteiten een aanslag als door eiser gesteld met chirurgische precisie zouden hebben gepleegd faalt naar het oordeel van de rechtbank, nu de mogelijkheid dat de neef die bij de aanslag om het leven kwam voor eiser werd aangezien, niet kan worden uitgesloten. De door verweerder aan de aanslag gestelde voorwaarde van chirurgische precisie is niet gebaseerd op objectieve gegevens. Het komt de rechtbank voor dat de Iraakse autoriteiten, nu die immers hun invloed in Noord-Irak niet meer op directe wijze kunnen doen gelden, een dergelijke aanslag niet (altijd) perfect kunnen voorbereiden en uitvoeren. Nu eisers relaas naar het oordeel van de rechtbank geloofwaardig is en het relaas van eiser bovendien in overeenstemming is met de algemene informatie over het INA zoals die in het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van maart 1999 is weergegeven, heeft eiser aannemelijk weten te maken dat zijn vrees voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin gerechtvaardigd is. Beroep gegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.