ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0649
Rechtbank 's-Gravenhage · 24-11-2000 · zaaknummer AWB 00/5471
Inhoudsindicatie
Witte-illegalenbeleid / uitzetting / Roosendaalmethode. Naar het oordeel van de president kan verwijdering uit Nederland (in de referteperiode) middels de zogenaamde Roosendaalmethode begrepen worden onder de vijfde voorwaarde van de tijdelijke regeling witte illegalen zoals bedoeld in TBV 1999/23. In geschil is voorts of het onder de vijfde voorwaarde begrijpen van uitzetting volgens de Roosendaalmethode een redelijke beleidsregel en -toepassing oplevert. Dienaangaande overweegt de president dat de Hoge Raad in een arrest van 11 juni 1993 uitzetting volgens de Roosendaalmethode weliswaar als onrechtmatig handelen van verweerder heeft gekwalificeerd, doch dat de geconstateerde onrechtmatigheid alleen de wijze van executie van de - op zich niet ontoelaatbaar geachte - uitzettingsbeslissing betrof. Verweerder heeft tegen die achtergrond in de context van toelating in het kader van TBV 1999/23 kunnen oordelen dat bij eerdere fysieke uitzetting als thans in het geding, zij het dat deze uiteindelijk is uitgevoerd volgens de onrechtmatige Roosendaalmethode, toch in de voor het beleid relevante periode ondubbelzinnig aan de vreemdeling duidelijk is gemaakt dat hij niet tot Nederland zou worden toegelaten en zich dus achteraf niet langer kan beroepen op de gewekte schijn van legaliteit. Dit resultaat van belangenafweging, met een beroep op de andere context van de Beneluxnormschending, is echter slechts verdedigbaar zolang discussie bestond over de rechtmatigheid van de methode, omdat die onduidelijkheid de mate van verwijtbaarheid van het onrechtmatig handelen van verweerder vermindert. Voor gevallen waarin uitzetting, anders dan in casu, eerst plaatsvond nadat de Hoge Raad expliciet had uitgemaakt dat toepassing van de Roosendaalmethode onrechtmatig was, kan echter niet langer van een redelijke beleidsbepaling en -toepassing worden gesproken. Bezwaar ongegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- P.J. de Bruin
- R. van Ekeren
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
