ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0331
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-12-2000 · zaaknummer AWB 00/6950
Inhoudsindicatie
Bewaring / voormalig EU-onderdaan / vertrektermijn. De vraag rijst of artikel 100 Vb impliceert dat de vreemdeling als voormalig gemeenschapsonderdaan een vertrektermijn had moeten worden gegund, alvorens hij in bewaring had kunnen worden gesteld. De rechtbank is van oordeel dat volgens de nationale regelgeving vertrektermijnen in het algemeen niet van rechtswege ingaan, doch dat deze met zoveel woorden, bij beschikking danwel anderszins, worden aangezegd. Voor de stelling van verweerder dat de vertrektermijn in dit geval wel van rechtswege zou zijn ingegaan, biedt de desbetreffende bepaling geen steun. De rechtbank acht te minder aannemelijk dat het hier een van rechtswege intredende termijn betreft, nu de bepaling lijkt te zijn gebaseerd op artikel 7 van de Richtlijn 64/221 EEG, dat onder meer bepaalt dat een besluit tot verwijdering aan een betrokkene wordt medegedeeld onder vermelding van de toegemeten vertrektermijn, die ingeval betrokkene nog geen verblijfsvergunning heeft ontvangen niet korter mag zijn dan 14 dagen en in de overige gevallen niet korter dan een maand. Een en ander brengt rechtbank tot de conclusie dat de vreemdeling, nu hij volgens verweerder ook geen actuele bedreiging van de openbare orde vormt, een vertrektermijn had moeten worden gegund van in beginsel vier weken.
Rechters
Advocaten
- D. Kuiper
- G.G.A.J. Adang
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
