ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0068
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-11-2000 · zaaknummer AWB 00/66269
Inhoudsindicatie
Dublinclaim / visum. De president stelt vast dat verweerder het beroep van verzoekster op haar vertrek uit België naar Angola en het aldus verlaten van het Dublingebied, beoordeeld heeft aan de hand van artikel 10, derde lid van de Overeenkomst van Dublin (OvD), volgens welke de verplichtingen van de lidstaat die voor de behandeling van het asielverzoek verantwoordelijk is, vervallen, indien de betrokken vreemdeling het grondgebied van de lidstaten gedurende ten minste drie maanden heeft verlaten. Hoewel verzoeksters paspoort met visum naar zij stelt bij terugkeer in Angola in beslag is genomen, wordt door verweerder niet betwist dat zij destijds mét paspoort België is binnengekomen en dat het visum (ten tijde van de asielaanvraag) minder dan zes maanden was verlopen. Gelet op deze grondslag en in aanmerking genomen dat verzoekster zich uitdrukkelijk beroept op hetgeen haar na terugkeer naar Angola is overkomen, heeft de gemachtigde van verzoekster naar het oordeel van de president het gelijk aan zijn zijde als hij stelt dat verweerder zich ervan had behoren te vergewissen of de inhoud van laatstgenoemd voorschrift in dit geval nu juist niet aan het indienen van een claim bij België in de weg stond. De enkele omstandigheid dat de asielzoeker het Dublingebied verlaat, heeft ingevolgde artikel 5, vierde lid, OvD immers tot effect dat de lidstaat die het visum heeft verstrekt niet langer als de voor de behandeling van het asielverzoek verantwoordelijke lidstaat geldt. De president overweegt verder dat voor zover verweerder thans in twijfel trekt of verzoekster daadwerkelijk vanuit België naar Angola is gereisd, het bestreden besluit daarentegen veeleer in het teken staat van de conclusie dat althans niet aannemelijk is dat verzoekster gedurende minimaal drie maanden het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten. Het besluit en verweerschrift doen zelfs bij lezing de indruk ontstaan dat verweerder van opvatting is dat de regeling van artikel 10 van de OvD aan die van artikel 5, vierde lid, OvD derogeert, zijnde een opvatting die naar het oordeel van de president artikel 10 OvD geweld aandoet, nu die bepaling blijkens haar bewoordingen ziet op situaties waarin volgens de regels van de OvD de verantwoordelijke lidstaat is aanwezen. Artikel 10 heeft aldus - naar ter zitting overigens is gebleken ook in de visie van verweerder - geen betekenis voor gevallen waarin de bepalingen van de OvD geen verantwoordelijke lidstaat aanwijzen. Het gegeven dat België de claim heeft geaccordeerd is een omstandigheid die naar het oordeel van de president verweerder niet ontslaat van de uit de OvD voortvloeiende verplichting om volgens de regels van die overeenkomst te beoordelen welke lidstaat in casu verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Gelijk uit het hiervoor overwogene volgt, heeft verweerder zijn zienswijze dat in het onderhavige geval België als verantwoordelijke lidstaat geldt, niet op een deugdelijke en voor verzoekster kenbare wijze onderbouwd, zodat het aangevallen besluit een wezenlijke tekortkoming vertoont. Verder acht de president niet van betekenis ontbloot dat het asielrelaas van verzoekster in niet onbelangrijke mate betrekking heeft op omstandigheden die verzoekster eerst na haar vertrek uit België zouden zijn overkomen, hetgeen de vraag doet opkomen of dit onderdeel van verzoeksters asielrelaas door verweerder buiten inhoudelijke behandeling kon worden gelaten. Weliswaar zou uit de bewoordingen van het bestreden besluit zijn af te leiden dat verweerder zich op dat onderdeel een inhoudelijk oordeel heeft gevormd, maar die veronderstelling verdraagt zich niet met de niet-ontvankelijk verklaring zelve, waarmede een inhoudelijke behandeling onverenigbaar is. Toewijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
