ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9782
Rechtbank 's-Gravenhage · 27-10-2000 · zaaknummer AWB 00/63370, 00/63372, 00/63376
Inhoudsindicatie
Sri Lanka / Tamil / herhaalde aanvraag. Is er sprake van zodanige nova dat deze tot toelating als vluchteling moeten leiden? Divergerende jurisprudentie kan op zichzelf niet worden aangemerkt als novum in de zin van artikel 4:6 Awb. Onder omstandigheden kan informatie die (mede) tot de divergerende uitspraak leidde, wel als novum worden aangemerkt. In casu is daarvan geen sprake. Nieuw relaas biedt geen aanknopingspunten dat verzoeker te vrezen heeft voor vervolging van de zijde van de Sri Lankaanse autoriteiten. Geen aanleiding om het in de brief van 22 juli 2000 verwoorde standpunt van de UNHCR dat uitgeprocedeerde Sri Lankaanse asielzoekers naar Sri Lanka kunnen terugkeren, niet langer te volgen. De overgelegde brief van 10 oktober 2000 van de UNHCR gericht aan mr. Schoorl maakt dit niet anders. De brief van Amnesty International, eveneens van 10 oktober 2000, gericht aan de leden van de vaste kamercommissie voor Justitie, leidt voor zover de situatie in Sri Lanka betreffend niet tot een ander oordeel. Amnesty International stelt zich weliswaar op het standpunt dat het ambtsbericht van 28 juli 2000 de situatie in Sri Lanka onjuist weergeeft, doch uit navraag door verweerder bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken is gebleken dat de gevolgen van de wijzigingen van de Prevention of Terrorism Act (PTA) en de Emergency Regulations (ER) op 3 mei respectievelijk 16 mei 2000 in het ambtsbericht zijn meegenomen. Arrestaties en detenties van jonge mannelijke Tamils komen, aldus het Ministerie, vooral voor na aanslagen van de LTTE, na het vinden van explosieven of tijdens dagen voorafgaande aan belangrijke feestdagen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken beschikt niet over aanwijzingen dat er sedert het opstellen van het ambtsbericht als gevolg van de wijziging in de voornoemde regelgeving sprake is van een toename van arrestaties. De president deelt niet de visie van de gemachtigde van verzoeker dat een analyse van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de rechtvaardiging van het instellen van noodmaatregelen die leiden tot ruimere bevoegdheden voor de veiligheidsdienst ontbreekt en verwijst daartoe naar hetgeen hierover is opgenomen in het ambtsbericht van 28 juli 2000. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- H.S. Poppens
- N. Vermolen
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
