ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9740
Rechtbank 's-Gravenhage · 07-11-2000 · zaaknummer AWB 99/1535
Inhoudsindicatie
Irak / Koerd / IMIK / schorsende werking. Eiser behoort tot de Koerdische bevolkingsgroep en is afkomstig uit Suleymania. Op 22 oktober 1998 heeft verzoeker bezwaar ingediend tegen de afwijzende beslissing in primo van 25 september 1998 op zijn aanvraag. Op 2 februari 1999 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar. Daarnaast heeft verzoeker op 4 maart 1999 bezwaar ingediend tegen de intrekking van zijn vvtv op 24 februari 1999. Voorts heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, dat volgens verzoeker alleen connex is aan het bezwaarschrift van 4 maart 1999. Verzoeker heeft aangevoerd dat het bezwaarschrift van 22 oktober 1998 niet connex is aan het verzoek omdat dit bezwaarschrift moet worden geacht schorsende werking te hebben, nu niet binnen zes maanden door verweerder is medegedeeld dat het bezwaarschrift geen schorsende werking heeft. De president constateert dat verzoeker op 2 februari 1999 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beschikking op bezwaar zodat de procedure in de beroepsfase terecht is gekomen. De redenering dat het bezwaarschrift schorsende werking heeft verkregen gaan dan ook niet op. Op 24 februari 1999, dus binnen zes maanden, heeft verweerder verzoeker medegedeeld dat aan het beroepschrift schorsende werking is onthouden. De president concludeert hieruit dat verweerder de intentie had om in de gehele procedure schorsende werking te onthouden. Verweerder heeft dit gedaan op de enige wijze die hem, nu de zaak zich in de beroepsfase bevond, ter beschikking stond. De president is dan ook van oordeel dat er in dit geval van uit moet worden gegaan dat ook aan het bezwaarschrift van 22 oktober 1998 schorsende werking is onthouden. De enkele omstandigheid dat de rechtbank bij uitspraak van heden het beroep van 2 februari 1999 gegrond heeft verklaard, leidt niet tot het oordeel dat het bezwaarschrift van 22 oktober 1998 alsnog schorsende werking heeft verkregen. De president dient dan ook te beoordelen of uitzetting van verzoeker voordat op de bezwaarschriften van 22 oktober 1998 en 4 maart 1999 is beslist dient te worden verboden. Beide bezwaarschriften hebben geen redelijke kans van slagen. Afwijzing verzoek, beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- F.H. Bruggink
- I. PROCESVERLOOP Verzoeker
- J.E.H.M. Pinckaers
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
