Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9738

Rechtbank 's-Gravenhage · 01-11-2000 · zaaknummer AWB 00/3168

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vvtv / contra-indicaties / discretionaire bevoegdheid / belangenafweging. Ten tijde van de aanvraag van eiseres om toelating gold het beleid dat neergelegd is in Vc-1994 hoofdstuk A4/4.3.2.1, inhoudende dat elke onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsontnemende maatregel wegens een misdrijf, daaronder ook begrepen een aanvaard transactieaanbod, een grond kan opleveren om een eerste toelating te weigeren. De staatssecretaris heeft zich in de zaak die leidde tot de REK-uitspraak AWB 98/9726 van 8 april 1999, en ook in het onderhavige bestreden besluit, op het stanpunt gesteld, dat bij weigering van eerste toelating, in beginsel het openbare orde beleid dat van toepassing is op de datum van de aanvraag, zal worden tegengeworpen. Dit impliceert dat verweerder in het onderhavige geval een discretionaire bevoegdheid heeft met betrekking tot de verlening dan wel weigering van een vvtv en dat derhalve een afweging dient plaats te vinden van de betrokken belangen. De rechter zal de uitkomst van die belangenafweging slechts marginaal kunnen toetsen. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het enkele feit dat sprake is van een relatief laag transactieaanbod nog niet het gebruikmaken van de discretionaire bevoegdheid rechtvaardigt. Van een gedegen belangenafweging is echter niet gebleken. Dit geldt te meer nu namens verweerder ter zitting is verklaard dat niet goed denkbaar is dat er een omslag ten voordele van vreemdelingen kan plaatsvinden, hoe gering ook het criminele antecedent. In aanmerking genomen de relatief geringe ernst van de contra-indicatie, in onderlinge samenhang beoordeeld met de omstandigheid dat gesteld noch gebleken is dat eiseres sedertien inbreuk heeft gemaakt op de openbare orde, kan naar het oordeel van de rechtbank niet in redelijkheid worden staande gehouden dat het algemeen belang bij handhaving van de openbare orde in casu dient te prevaleren boven het belang van eiseres en haar minderjarige kinderen bij verlening van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

  • F. Heus
  • T.H.G. Schuringa

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.