Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9333

Rechtbank 's-Gravenhage · 30-10-2000 · zaaknummer AWB 00/541, 00/537

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Besluit / artikel 1:3 Awb. Bij brief van 8 februari 1999 heeft eiser een aanvraag ingediend om verlening van een vtv op basis van relevant tijdsverloop. Verweerder heeft eiser bij brief van 5 augustus 1999 te kennen gegeven dat geen sprake is van drie jaar relevant tijdsverloop als bedoeld in A4/6.17 van Vc-1994 en dat eiser desgewenst een aanvraag kan indienen bij de korpschef. Eiser heeft op 20 augustus 1999 tegen dit schrijven van verweerder bezwaar aangetekend. Bij besluit van 13 januari 2000 is het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard. Aan de orde is de vraag welke status moet worden toegekend aan de brief van verweerder van 5 augustus 1999. Verweerder meent dat deze brief slechts kan worden beschouwd als informatief van aard en dat die brief niet moet worden gezien als een beslissing als bedoeld in artikel 1:3 Awb. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat het voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van een beslissing op een aanvraag niet bepalend is of de aanvraag bij het juiste orgaan is ingediend, gelet op artikel 2:3 Awb. Ook het feit dat de aanvraag wellicht niet is gedaan op het daarvoor voorgeschreven formulier is - gezien artikel 4:4 j° 4:5 Awb - in dit verband niet relevant. Met de brief van 5 augustus 1999 heeft verweerder een besluit genomen als bedoeld in artikel 1:3 Awb. Hiertoe is van belang dat het een brief betreft die is geschreven namens de staatssecretaris, het tot beslissen bevoegde orgaan in dit soort aangelegenheden. Bovendien is in de brief duidelijk te kennen gegeven dat de staatssecretaris van mening was dat geen sprake was van relevant tijdsverloop in de zin van het driejarenbeleid. Nu aan deze mededeling een aanvraag tot een vtv op grond van het driejarenbeleid ten grondslag lag, kan uit die brief niet anders worden geconcludeerd dan dat verweerder eisers aanvraag daarin heeft afgewezen. In het thans bestreden besluit heeft verweerder miskend dat de brief een beslissing is als bedoeld in artikel 1:3 Awb. Het bestreden besluit wordt vernietigd.

Advocaten

  • C.J. Schoorl
  • J.A.C. Verbeek

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.