ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9331
Rechtbank 's-Gravenhage · 01-12-2000 · zaaknummer AWB 98/2645
Inhoudsindicatie
Afghanistan / Khad / artikel 1F. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht gemeend dat de functies van eiser bij de Khad van een zodanig niveau zijn geweest, dat er voldoende redenen zijn om te veronderstellen dat eiser medeverantwoordelijkheid draagt voor de misdrijven tegen de menselijkheid, genoemd in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank overweegt hiertoe dat eiser inzake benoemingen, bevorderingen en promoties advies gaf. Eiser heeft in een later stadium respectievelijk leiding gegeven aan de afdeling onderzoek en aan de afdeling personeelszaken van Ministerie van Staatsveiligheid. Eiser heeft eveneens verklaard dat de stukken van onderzochte zaken betreffende burgers en militairen, welke onder zijn verantwoording werden opgemaakt, naar hem werden gestuurd. Deze stukken werden door eiser bijeengebracht en naar de Afghaanse rechtbank gestuurd. De rechtbank merkt op dat eiser, blijkens zijn promoties (hij is in ongeveer acht jaar van tweede luitenant naar kolonel bevorderd), kennelijk werd gewaardeerd door de organisatie en dat gelet hierop aannemelijk is te achten dat eisers werk in toenemende mate verantwoordelijkheden met zich bracht. De rechtbank verwijst hierbij naar het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 16 september 1999 waarin staat vermeld dat toelating tot de Khad plaatsvond na een zeer strenge selectie en een gedegen loyaliteitsproef. Gelet hierop acht de rechtbank het niet aannemelijk dat promotie louter een kwestie van tijd was zoals eiser stelt. Derhalve acht de rechtbank het dan ook met verweerder aannemelijk dat eiser zijn gestelde werkzaamheden op een hoog niveau binnen de organisatie van de Khad heeft verricht. Tijdens het aanvullend nader gehoor heeft eiser verklaard dat hij vanuit zijn functie op de hoogte was van het feit dat mensenrechten in Afghanistan werden geschonden. Tevens heeft eiser verklaard dat hij in persoon nooit betrokken is geweest bij schendingen van mensenrechten. De rechtbank is echter van oordeel dat gelet op eisers carrièreverloop en zijn voortdurende werkzaamheid op kernposten waar hij verantwoordelijk was voor benoemingen, bevorderingen en promoties, eiser medeverantwoordelijk moet worden gehouden voor de eerder genoemde Verdragsschendingen binnen de Khad. Hieraan kunnen de verklaringen van de getuigen dat eiser in persoon niet betrokken is geweest bij schendingen van mensenrechten niet afdoen. Beroep ongegrond.
Advocaten
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- M.W. Scheltema
- P.C.M. van Schijndel
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
