ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9316
Rechtbank 's-Gravenhage · 20-09-2000 · zaaknummer AWB 99/7350
Inhoudsindicatie
In geding is de aanspraak van eiser op een vergunning tot verblijf op grond van het beleid ter zake van alleenstaande minderjarige asielzoekers. De rechtbank Amsterdam heeft in haar uitspraak van 2 december 1997 (AWB 97/3436) deze aanspraak beoordeeld op grond van het destijds voorliggende feitencomplex en het beroep gegrond verklaard. Verweerder heeft, volgens de rechtbank in genoemde uitspraak, niet gemotiveerd betwist dat eiser in het land van herkomst geen opvangmogelijkheden heeft. In de nieuwe beslissing op bezwaar weigert verweerder, op basis van dezelfde feiten en omstandigheden, opnieuw een ama-vtv met als argument dat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt, hetgeen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser en het doen van onderzoek naar opvangmogelijkheden onmogelijk maakt. De rechtbank oordeelt dat verweerder met dit besluit het door de rechtbank in de uitspraak van 2 december 1997 vastgestelde feitelijke kader te buiten is gegaan, nu de rechtbank destijds de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser, inclusief zijn afkomst en identiteit, niet in twijfel trok. Met verwijzing naar uitspraak AWB 96/12136 van de REK d.d. 3 juli 1997 oordeelt de rechtbank dat het verweerder niet vrijstond eiser alsnog de ama-vtv te weigeren, nu in de onderhavige zaak de termijn van zes maanden waarbinnen verweerder de opvangmogelijkheden in het land van herkomst had dienen te onderzoeken ruimschoots is overschreden en verweerder er op onjuiste gronden voor gekozen heeft geen enkele onderzoeksactiviteit te verrichten. Nu niet in geschil is dat eiser destijds aan de overige voorwaarden voldeed, dient aan eiser met ingang van de datum van zijn aanvraag (29 juli 1996) een ama-vtv te worden verstrekt. Nieuwe feiten of omstandigheden - zoals in casu een strafrechtelijke veroordeling - kunnen niet alsnog leiden tot weigering van de vergunning tot verblijf, maar moeten worden beoordeeld in het kader van de vraag of de vergunning kan worden ingetrokken dan wel niet verlengd. Het beroep wordt gegrond verklaard. De rechtbank acht de zaak voldoende duidelijk om zelf in de zaak te voorzien.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
