ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9271
Rechtbank 's-Gravenhage · 04-07-2000 · zaaknummer AWB 00/4617
Inhoudsindicatie
Bewaring / Turks-Koerdische dienstweigeraars / zicht op uitzetting. Namens de vreemdeling is aangevoerd dat er geen zicht op uitzetting bestaat, gezien de Turks-Koerdische afkomst van de vreemdeling. Nu de vreemdeling sinds 24 mei 2000 in bewaring verblijft en de staatssecretaris van Justitie eerst op 28 juni 2000 aan de Tweede Kamer berichtte dat men voornemens is tot verwijdering van Turks-Koerdische dienstweigeraars naar Turkije over te gaan, bestond er ten tijde van de inbewaringstelling geen zicht op uitzetting. Daarenboven wordt aangevoerd dat het bericht aan de Tweede Kamer niet met zich meebrengt dat tevens een besluit omtrent feitelijke verwijdering van Turks-Koerdische dienstweigeraars naar Turkije is genomen, zodat ook wat dit betreft zicht op uitzetting vooralsnog ontbreekt. Uit de berichtgeving van de Staatssecretaris van Justitie aan de Tweede Kamer moet naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat in elk geval langere tijd voor 28 juni 2000, ook in mei 2000, sprake is geweest van verwijdering van Turks-Koerdische dienstweigeraars naar Turkije. Uit het vorengaande volgt dat er geen nieuw besluit omtrent verwijdering hoeft te volgen, nu slechts sprake is van voortzetting van het tot dan toe gevoerde beleid. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet gezegd kan worden dat er ten tijde van de inbewaringstelling niet voldoende zicht op uitzetting bestond. Beroep ongegrond, afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.
Rechters
Advocaten
- G.R. Bosscha Erdbrink
- I. PROCESVERLOOP Bij
- P.J.T. de Kan
- W.J. van Blaricum
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
