ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9202
Rechtbank 's-Gravenhage · 30-10-2000 · zaaknummer AWB 00/65967
Inhoudsindicatie
Bewaring / staandehouding / binnentreden woning / ophouding De vreemdeling is staandegehouden in een woning. In verband met een PAPOS-actie, gericht op de effectuering van openstaande gerechtelijke geldboetes, waren de verbalisanten op zoek naar een persoon, die als woonachtig op het adres van die woning geregistreerd stond. De man die de deur opende ontkende de gezochte persoon te zijn en heeft toestemming verleend voor het betreden van de woning, zulks teneinde de politie in staat te stellen te controleren of de gezochte persoon inderdaad niet in de woning aanwezig was. Daarbij is een vreemdeling in de woning aangetroffen. Hij is naar zijn identiteit gevraagd en is verzocht zich te legitimeren. Daarbij bleek dat de vreemdeling, die ontkende de gezochte persoon te zijn, niet in het bezit was van enig identiteitsdocument. De vreemdeling is vervolgens vreemdelingrechtelijk staande gehouden en overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. De rechtbank overweegt ambtshalve dat niet is gesteld, noch gebleken dat de persoon, die de deur opende, niet bevoegd was toestemming te verlenen tot het binnentreden van de woning. Ter zitting daarnaar gevraagd heeft de vreemdeling verklaard geen bewoner te zijn van het onderhavige pand. Daarmee staat tevens vast dat het binnentreden van de woning, gelet op het bepaalde in de Algemene wet op het binnentreden, evenmin afhankelijk was van toestemming van de vreemdeling. In aanmerking genomen voorts de zojuist beschreven context en de aard van het onderzoek, is de aanhouding van de vreemdeling ook overigens rechtmatig te achten. Het aan hem gedane verzoek zich te legitimeren is, nu dit verzoek diende ter vaststelling of de vreemdeling de waarheid sprak dat hij de gezochte en op hetzelfde adres geregistreerd staande persoon niet was, bevoegd gedaan. In aanmerking genomen de vervolgens ontstane concrete aanwijzingen over illegaal verblijf waren de in artikel 19 Vw gestelde voorwaarden tot staande houding van de vreemdeling vervuld. De rechtbank volgt de vreemdeling niet in de redenering dat de vreemdeling alvorens voor verhoor te zijn overgebracht nodeloos lang en derhalve onrechtmatig is opgehouden. Als tijdstip van staande houding vermeldt het proces-verbaal 1 oktober 2000, omstreeks 10:00 uur en als tijdstip van 11:30 uur. Noch dit tijdsverloop, noch de omstandigheid dat na aanhouding enige tijd diende te worden gewacht op de komst van de vreemdelingenpolitie, laat de conclusie toe dat in het onderhavige geval onvoldoende voortvarendheid is betracht en de bewaring deswege behoort te worden opgeheven. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
