ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5414
Rechtbank 's-Gravenhage · 04-04-2000 · zaaknummer AWB 99/3894
Inhoudsindicatie
Publiekrechtelijke rechtspersoon is jegens de ambtenaar aansprakelijk voor schade, geleden t.g.v. een bedrijfsongeval, indien deze in een gevaarlijke werksituatie is gebracht waarbij onvoldoende beschermende maatregelen zijn getroffen. Bij bestreden besluit is het eiseres overkomen ongeval gekwalificeerd als dienstongeval en verdergaande aansprakelijkheid afgewezen. Rechtbank: Gelet op art. 3, aanhef en onder b, Arbowet en de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake aansprakelijkheid voor de gevolgen van bedrijfsongevallen, is naar het oordeel van de rechtbank de publiekrechtelijke rechtspersoon jegens de ambtenaar aansprakelijk voor de schade die deze lijdt ten gevolge van een - niet in belangrijke mate aan diens opzet of bewuste roekeloosheid te wijten - bedrijfsongeval, indien hij in een gevaarlijke werksituatie is gebracht waarbij onvoldoende beschermende maatregelen zijn getroffen. De adviescommissie van het ministerie van Justitie ingevolge de Awb betreffende personele aangelegenheden (de commissie) heeft in haar advies opgemerkt dat met het soort kniebeschermers dat nodig was geweest om het ongeval te voorkomen of de kans op schade te beperken, niet kan worden gelopen. De oefening zou door het dragen daarvan haar nut hebben verloren, mede omdat de cursisten zich dan zouden instellen op het dragen van extra beschermingsmateriaal waar zij in werkelijkheid niet de beschikking over zullen hebben. Bij zijn verweerschrift heeft verweerder nog opgemerkt dat het (nog) verder inpakken van personeelsleden in beschermende kleding wellicht tot een betere bescherming tegen gegooide voorwerpen leidt, maar tegelijkertijd de beweeglijkheid en de wendbaarheid vermindert, waardoor het niet ondenkbaar is dat hierdoor, ook in de voorliggende oefensituatie, juist meer gevaar voor letsel ontstaat, bijvoorbeeld door struikelen van een deelnemer. Verweerder is van mening dat een goede afweging is gemaakt en dat de verstrekte middelen een optimale bescherming boden. De rechtbank overweegt in dit verband dat de oefening was bedoeld om kleine calamiteiten het hoofd te kunnen bieden, in afwachting van de komst van de ME. De deelnemers moesten onder meer leren om allerlei projectielen, bijvoorbeeld stoelen of een televisietoestel, af te weren die bij ordeverstoringen door gedetineerden naar hen kunnen worden geworpen. Of zij in de nagebootste situatie ook nog beweeglijk moeten zijn en in hoeverre zij dan door kniebeschermers in hun bewegingen gehinderd zouden kunnen worden, kan hier in het midden blijven. De rechtbank verwerpt namelijk de stelling dat een oefening haar nut verliest indien de daaraan verbonden gevaren minder zijn dan in de nagespeelde werkelijkheid. De mogelijke meerwaarde van de blootstelling aan werkelijk gevaar zal steeds moeten worden afgewogen tegen de ernst van de mogelijke gevaren waaraan betrokkenen worden blootgesteld, mede in het licht van de mogelijkheden om deze te voorkomen of te beperken. In het onderhavige geval was voorzienbaar dat de oefening blijvend letsel ten gevolge zou kunnen hebben. Er werd immers van korte afstand met stenen in de richting van de deelnemers geworpen. Anders dan hoofd, voeten en schenen, waren de knieën niet speciaal beschermd. De kans dat een knie door een steen zou worden geraakt, rechtstreeks of door afglijden van het schild, is kennelijk voor lief genomen. Het is echter van algemene bekendheid dat knieletsel vaak onherstelbaar is. Nu daartegen met het laten dragen van kniebeschermers op eenvoudige wijze bescherming kan worden geboden, moet worden geoordeeld dat deze ten onrechte niet zijn verstrekt. Beroep gegrond. Minister van Justitie, verweerder. mrs. P.A. Koppen, C.C. Dedel-van Walbeek, Th.L. Bellekom
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Minister van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
