ECLI:NL:RBROT:2022:486
Rechtbank Rotterdam · 25-01-2022 · zaaknummer ROT 21/6441
Inhoudsindicatie
Verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker en zijn partner zijn uit elkaar. Verzoeker heeft 3 dagen de zorg voor hun zoon, maar hij heeft geen vaste verblijfplaats. Verzoeker heeft maatschappelijke opvang (daklozenopvang), maar hij wil graag opvang voor hem en zijn zoontje. De voorzieningenrechter vindt dat er geen spoedeisend belang is om een voorlopige voorziening te treffen. Dit omdat verzoeker en zijn zoon beiden opvang hebben, alleen niet bij elkaar. Er is geen sprake van zo’n prangende situatie dat verzoeker niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaarschrift.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
