ECLI:NL:RBROT:2018:6922
Rechtbank Rotterdam · 24-08-2018 · zaaknummer 17/4798
Inhoudsindicatie
De rechtbank ziet, ondanks gegrondverklaring van het beroep, geen aanleiding voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten die eiser in beroep heeft gemaakt. Verweerder heeft bij brieven van 14 januari 2017 en 20 februari 2017 eiser verzocht om toezending van onder andere bankafschriften of digitale afschriften van internetbankieren waaruit blijkt dat eiser daadwerkelijk huur heeft betaald voor zijn woning voor het berekeningsjaar 2017. In de brief staat dat de naam en het rekeningnummer van de rekeninghouder leesbaar moeten zijn. Ook tijdens de bezwaarfase is eiser per brief (van 23 mei 2017) verzocht om betalingsbewijzen waaruit blijkt dat eiser in 2017 huur heeft betaald. Indien eiser aan de verzoeken van verweerder tijdig had voldaan en niet eerst in beroep de gevraagde gegevens zou hebben verstrekt, had dit meteen tot een juiste besluitvorming kunnen leiden. Het is dan ook aan eiser zelf te wijten dat hij een procedure voor de rechtbank heeft moeten voeren. Van kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, zoals bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, is dan ook geen sprake.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
