ECLI:NL:RBROT:2017:950
Rechtbank Rotterdam · 02-02-2017 · zaaknummer 10/603048-07
Inhoudsindicatie
Uit proces-verbaal van de politie blijkt niet dat de verdachte bij de eerste twee verhoren op zijn recht om een advocaat te consulteren is gewezen. Er is sprake van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, maar geen doelbewuste of grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte door of onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie. Een eventuele reactie op deze omissie kan worden gevonden in artikel 359a lid 1 onder a en b WvSv. Bij het verhoor van de verdachte bij de rechter-commissaris, was wel een advocaat aanwezig. Verdachte heeft in elk geval (delen van) de verklaringen in het politieverhoor bevestigd. Deze verklaring en de rechtstreeks daaraan te koppelen gedeelten van de politieverhoren kunnen daarom worden toegelaten als bewijsmiddel.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- Y. Oosterhof
officier van justitie
Partijen
[naam verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
