ECLI:NL:RBROT:2017:3041
Rechtbank Rotterdam · 21-04-2017 · zaaknummer ROT 16/304
Inhoudsindicatie
De nota’s griffierecht waarvoor eiser bijzondere bijstand heeft aangevraagd, hebben betrekking op twee beroepen wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat deze procedures niet inhoudelijk zijn behandeld, omdat eiser de nota’s griffierecht niet binnen de betaaltermijn heeft voldaan. De beroepen zijn niet-ontvankelijke verklaard en het daartegen ingediende verzet is ongegrond verklaard. Dit betekent dat de kosten waarvoor de bijzondere bijstand is aangevraagd, niet zijn gemaakt en ook niet meer kunnen worden gemaakt, omdat de betreffende beroepen inmiddels zijn geëindigd. Hieruit volgt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij een oordeel over de vraag of verweerder terecht zijn aanvragen van 6 juli 2015 en 30 juli 2015 buiten behandeling heeft gesteld. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat zijn procesbelang is gelegen in de vergoeding van de misgelopen dwangsommen in de procedures over het niet tijdig beslissen op zijn aanvragen, is de rechtbank van oordeel dat hierin geen procesbelang kan zijn gelegen, reeds omdat niet vaststaat dat ook daadwerkelijk dwangsommen zijn verbeurd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
