ECLI:NL:RBROT:2016:9967
Rechtbank Rotterdam · 23-12-2016 · zaaknummer ROT 16/7956 enz.
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt vast dat eiser met zijn bericht dat hij ontoerekeningsvatbaar was toen hij de beroepen introk, dit onder herhaalde indiening van stukken, beoogt terug te komen van de intrekking van de beroepen. Omdat eiser – zoals hierna zal blijken – herhaaldelijk beroepen instelt in zaken die reeds zijn afgedaan, ziet de rechtbank aanleiding eerst in grote lijnen vast te stellen welke zaken hier voorafgaande aan de intrekking voorlagen in deze dossiers. (...) Volgens vaste rechtspraak kan een eenmaal ingetrokken beroep niet meer ongedaan worden gemaakt, tenzij er sprake zou zijn van een wilsgebrek. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat sprake is van een wilsgebrek. In dat kader acht de rechtbank van belang dat eiser ter zitting meermaals en met tussenpozen met de keuzemogelijkheid is geconfronteerd om zijn mondelinge verklaring tot intrekking van de beroepen al dan niet te handhaven. Evenmin is gebleken dat eiser op het betreffende moment niet heeft begrepen wat de gevolgen van zijn verzoek tot intrekking van de beroepen waren dan wel dat hij die gevolgen niet heeft kunnen overzien. Dat eiser aan het einde van de zitting een verklaring opstelde en aangaf alle beroepszaken in te trekken en geen gebruik heeft gemaakt van de door de rechtbank aan hem voorgehouden mogelijkheid zich te bezinnen en eerst na de zitting over de intrekking te beslissen, komt voor zijn rekening en risico.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
