ECLI:NL:RBROT:2016:5274
Rechtbank Rotterdam · 05-07-2016 · zaaknummer 10/660437-14 ontneming
Inhoudsindicatie
Rechtbank bepaalt op welke wijze veroordeelde de door hem ingekochte GBL (precursor van GHB) verder heeft verwerkt: deels zelf omgezet in GHB, de rest met winst verkocht. Rechtbank volgt niet het verweer dat veroordeelde zou zijn gedwongen de GBL tegen kostprijs door te verkopen. De winst die verdachte maakte op de GBL toen GHB nog geen stof was op de bij de Opiumwet behorende lijst 1 toch betrokken bij de bepaling van het voordeel, in de vorm van andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan. Dit omdat veroordeelde wist dat van de GBL ook toen GHB werd gemaakt, en hij als zodanig medeplichtig was aan de productie van GHB toen dit nog een lijst 11—stof was. Bij de bepaling van het wederrechtelijk genoten voordeel heeft de rechtbank tevens betrokken dat verdachte de BTW die hij betaalde voor de GBL in vooraftrek bracht op de omzetbelasting ter zake de niet strafbare leveringen van zijn eigen, legale, bedrijf.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
